Doe nu mee aan de nanodiscussie Blink

Kernwoord

  1. Bisschop Lowth was heus geen sufferd!

    woensdag, 10 maart 2010 · Nieuws

    Bisschop Robert Lowth, 300 jaar geleden geboren, schreef een van de meest invloedrijke grammaticaboeken van het Engels en is later verguisd omdat hij de taalkundige wet wilde voorschrijven. Maar was dat wel zo? Ingrid Tieken, hoogleraar Engelse sociolinguïstiek en Lowth-kenner, meent van niet.

    Auteur: Marilyn Hedges

  2. Hoezo grammatica saai?

    woensdag, 20 januari 2010 · Achtergrond

    Al in de middeleeuwen deden schrijvers hun best om saaie leerstof als grammatica leuk te maken. Zo schreef Alcuin, de onderwijsminister van Karel de Grote, een grammatica en retorica in dialoogvorm. En Tiberius Donatus schreef een inleiding op de Aeneis, want ook dat was een retorisch werk.

    Auteur: Steven Hagers

  3. Hoe zit het eigenlijk?

    dinsdag, 9 juni 2009 · Achtergrond

    Zodra iets in een taal je eenmaal opvalt, ben je al snel geneigd te denken dat het vroeger anders was. En vaak ook: beter. Neem nu een zin als ‘Ik zat te lopen.’ Dat is nieuw, vaag en fout, vinden veel mensen. Maar is dat ook zo?

    Auteur: Peter-Arno Coppen

  4. Italiaanse dialecten gedragen zich exotisch

    woensdag, 10 september 2008 · Nieuws

    De dialecten van Italië hebben zich onafhankelijk van het Latijn ontwikkeld. Ze vertonen grammaticale eigenaardigheden die regelrecht ingaan tegen een aantal basisregels van Romaanse talen.

    Auteur: Hilje Papma

  5. Geen eenvoud in meervoud

    maandag, 11 augustus 2008 · Achtergrond

    Het Nederlands kent een 1ste, 2de en 3de persoonsvorm, en daarbinnen nog het onderscheid tussen enkelvoud en meervoud. Bij persoonlijk voornaamwoorden in het meervoud is het alleen niet altijd even duidelijk naar wie verwezen wordt. Hoe komt dit en zijn er talen die dit beter hebben opgelost?

    Auteurs: Radboud Universiteit en Kees de Schepper

  6. Het einde van de standaardtaal

    woensdag, 25 juni 2008 · Nieuws

    Is de standaardtaal nog te redden? Nee, denkt hoogleraar Joop van der Horst van de K.U. Leuven. Moeten we daar bang voor zijn? Ook niet. De taalverandering die over heel Europa plaatsgrijpt, is te vergelijken met de verandering tijdens de overgang van middeleeuwen naar renaissance. Van een strikt geregeld taalgebruik gaan we opnieuw naar een veel vrijere opvatting over taal.

  7. “Het menselijk taalvermogen is uniek”

    woensdag, 19 december 2007 · Nieuws

    Computationeel taalkundige dr. Jelle Zuidema doet onderzoek naar het leervermogen van grammatica van niet alleen mensen, maar ook van apen, vogels en walvissen. Aan de hand van computermodellen probeert hij de bouwstenen van taal te identificeren.

    Auteur: mw. E. Heinsman

  8. De toekomst van de verleden tijd

    zaterdag, 13 oktober 2007 · Nieuws

    Sommige regelmatige werkwoorden waren in vroeger tijden onregelmatig. Voor een onregelmatig werkwoord dat in het dagelijks taalgebruik honderd keer zo vaak wordt gebruikt als een ander onregelmatig werkwoord, duurt het tien keer zo lang voordat het regelmatig wordt. Dit volgt uit een wiskundige analyse die gedaan werd door wetenschappers uit Harvard.

    Auteur: Alex van den Brandhof

  9. Woordvolgorde in het Esperanto

    woensdag, 26 september 2007 · Nieuws

    Hoewel het Esperanto van oorsprong een kunsttaal is, vertoont het soms de kenmerken van een natuurlijke taal. Dit geldt bijvoorbeeld voor de woordvolgorde, die het onderwerp is van het proefschrift van UvA-docent Wim Jansen, Woordvolgorde in het Esperanto. Normen, taalgebruik en universalia.

    Auteur: Mathilde Jansen

  10. “Uit eigenen lust en zinlykheit geschreeven”

    zondag, 15 juli 2007 · Achtergrond

    Precies driehonderd jaar geleden verscheen de Nederduitsche spraekkunst van de Deventer predikant Arnold Moonen, door deskundigen beschouwd als de beste Nederlandse grammatica tot dan toe. Wie was die Arnold Moonen? Wat is er zo bijzonder aan zijn levenswerk? En welke rol speelde de ‘prins der Nederlandse dichters’ Vondel hierbij?

    Auteur: Frans Schaars

  11. In de ban van het Pirahã

    woensdag, 6 juni 2007 · Achtergrond

    In 2004 beweerde de Amerikaanse taalgeleerde Noam Chomsky dat recursie dé definiërende eigenschap is van het menselijk taalvermogen. Maar volgens Dan Everett gaat dit niet op voor het Pirahã, een taal die gesproken wordt in het Amazonegebied. Gevolg: een elektronische oorlog op internet.

    Auteur: Marc van Oostendorp

  12. De grote Pirahã-hoax

    donderdag, 31 mei 2007 · Achtergrond

    De Zuid-Amerikaanse indianentaal, het Pirahã, heeft geen telwoorden, woorden voor kleuren of tijdsaanduidingen. Ook wordt wel beweerd dat deze taal het moet stellen zonder recursiviteit. In dit artikel wordt ingegaan op het begrip recursiviteit en de mogelijkheid of onmogelijkheid van het bestaan van niet-recursieve grammatica’s.

    Auteur: Peter-Arno Coppen

  13. De grote worden verzocht-dwaling

    zondag, 13 mei 2007 · Achtergrond

    Hij scoort hoog in de top-tien van taalergernissen: ‘De reizigers worden verzocht over te stappen.’ Volgens deskundigen moet het zijn ‘De reizigers wordt verzocht over te stappen’: de reizigers is hier tenslotte geen onderwerp, maar meewerkend voorwerp. Het lijkt een waterdichte redenering, maar er blijkt wel wat op af te dingen te zijn. Volgens Peter-Arno Coppen klopt er zelfs helemaal niets van.

    Auteur: Peter-Arno Coppen

  14. Verschil tussen mens en dier is relatief

    woensdag, 18 april 2007 · Nieuws

    Aan de hand van moderne computertechnieken vergelijkt Jelle Zuidema de structuur van menselijke taal en die van vogels en walvissen. De computer bepaalt of er grammaticale regels zijn te ontdekken.

    Auteur: Mathilde Jansen

  15. Keert zich niet weer?

    zaterdag, 14 april 2007 · Achtergrond

    Geregeld wordt erover geklaagd dat het woordje zich op z’n retour is, op grond van zinnetjes als: ‘Zij herinneren hem als een inspirerend man’ en ‘Dit verschijnsel breidt uit.’ Maar bijna net zo vaak wordt er juist een opmars van zich gesignaleerd, in bijvoorbeeld: ‘Zij beseften zich dat niet’ of ‘Hij irriteerde zich.’ Wat is er toch aan de hand met dat kleine woordje?

    Auteur: Peter-Arno Coppen