De winterjas van het influenzavirus bestaat uit een vetachtige stof. In deze vetlaag bevinden zich de haemagglutinin eiwitten. Deze eiwitten zijn al langer bekend. Het virus gebruikt ze om zich aan een cel te hechten en deze cel uiteindelijk binnen te dringen. De ‘H’ in de virusnaam (bijvoorbeeld influenza A/H1N1) verwijst naar de haemagglutinin eiwitten.

Het haemagglutinin eiwit dat ervoor zorgt dat het influenzavirus bij lage temperaturen goed beschermd is.
Het zijn deze eiwitten die ervoor zorgen dat het influenzavirus in de kou beschermd is. Door een proces dat erg veel weg heeft van kristallisatie worden de eiwitten bij lage temperatuur omgevormd tot een harde schil. Deze schil is ondoordringbaar voor verschillende chemische stoffen. De onderzoekers, onder leiding van Joshua Zimmerberg, denken dat het daarom erg moeilijk is om het virus van oppervlakten en handen af te wassen.
Nieuwe medicijnen
Als het virus onze luchtwegen infecteert, smelt de beschermlaag. Dit is nodig omdat de haemagglutinin eiwitten vloeibaar moeten zijn om het virus een cel in te helpen.
Dit smelten gebeurt echter ook wanneer de buitentemperatuur stijgt. En dat is nadelig voor het virus, want zonder beschermlaag houdt hij het in de open lucht niet lang vol. Bij hogere temperaturen zijn de virussen dus snel dood.
Deze nieuwe kennis maakt dat we anders naar influenzavirussen gaan kijken. Er zijn meer mogelijkheden beschikbaar gekomen om het virus effectief aan te pakken. Behalve het tijdig alarmeren van ons afweersysteem met behulp van de griepprik, kunnen we het onderzoek nu ook richten op medicijnen die de beschermlaag van het virus te lijf gaan. Op die manier zijn mogelijk griepepidemieën te voorkomen.
Zie ook:
- Griep houdt van kou en droogte (Grote Griepmeting)
- Griep op wereldtournee (Kennislinkdossier)
