Besnijdenis

Besnijdenis is binnen de islam belangrijk voor de rituele reinheid en markeert een overgang naar volwassenheid. Meisjesbesnijdenis heeft in Nederland (en daarbuiten) flinke discussies opgeroepen.

door

Belangrijk voor de rituele reinheid is de besnijdenis. Jongens worden besneden tussen de zevende dag na de geboorte en het vijftiende levensjaar; in elk geval voor de puberteit. Besnijdenis is te zien als een rituele reiniging van jongens. Ze krijgen daardoor een genderidentiteit, worden ‘man’ en lid van de religieuze gemeenschap. Dit laatste geldt ook voor meisjesbesnijdenis. De meeste moslimlanden, zoals Turkije en Marokko, kennen dit laatste gebruik niet. Daar is het zo dat een meisje ‘vrouw’ wordt én lid van de religieuze gemeenschap door het huwelijk. De besnijdenis voor mannen – evenals het huwelijk voor vrouwen – markeert een grens tussen moslims en niet-moslims. In Nederland worden jaarlijks ongeveer 15.000 jongens, voornamelijk moslims, besneden.

De meeste besnijdenissen in Nederland vinden plaats in een ziekenhuis, onder narcose of onder plaatselijke verdoving. Er zijn ook ouders die de besnijdenis van hun zoons in het land van herkomst, meestal Turkije of Marokko, laten verrichten. Omdat het ziekenfonds de besnijdenis van jongens om religieuze redenen sinds 1 januari 2005 niet meer vergoedt, krijgen besnijdeniscentra het steeds drukker. In zo’n centrum kost de ingreep onder plaatselijke verdoving minder dan in ziekenhuizen. Nederland heeft besnijdeniscentra in Amsterdam, Utrecht, Almere, Zaandam en Rotterdam. Er zijn plannen voor centra in Den Haag en Nijmegen.

Meisjesbesnijdenis wordt soms getypeerd als een typisch islamitisch gebruik, maar het is socio-historisch beter te plaatsen als een cultureel-regionaal gebruik dat stamt uit de tijd voor de komst van de islam (dat geldt overigens ook voor jongensbesnijdenis). Meisjesbesnijdenis komt namelijk in diverse landen voor, onder moslims, christenen en animisten. Vooral in sub-Sahara landen en Noord-Oost-Afrika worden meisjes besneden als ze in de basisschoolleeftijd zijn. Soms krijgen ze een klein sneetje in de clitoris (incisie), soms wordt de clitoris en een deel van de kleine schaamlippen verwijderd (clitoridectomie) en soms worden ook de grote schaamlippen weggesneden en wordt de wond dichtgenaaid op een kleine opening na voor urine en bloed (infibulatie). Nederland wordt sinds eind jaren tachtig geconfronteerd met meisjesbesnijdenis.

Somalische vluchtelingen in Nederland willen hun dochters hier laten besnijden. Ook bij migranten uit Egypte, Ghana, Soedan en Kenia komt meisjesbesnijdenis voor, maar meestal in minder ernstige vorm. Begin jaren negentig kwamen daarover discussies op gang in Nederland. De resultaten van een recent onderzoek maken duidelijk dat het besnijden van Somalische en mogelijk ook andere migrantenmeisjes inderdaad in Nederland plaatsvindt. Soms worden ze in het land van herkomst of elders besneden. Het is moeilijk om daar cijfers over te geven. Inmiddels is in Nederland en de meeste andere Europese landen meisjesbesnijdenis bij wet verboden, via een algemene strafbaarstelling of via een specifieke strafbaarstelling. De discussie over de juridische aspecten, met betrekking tot de strafbaarstelling, al of niet in combinatie met preventieve maatregelen in Nederland, is nog steeds gaande.

De Islamitische Universiteit Rotterdam heeft tijdens een studiedag over meisjesbesnijdenis in 2004 een zeer duidelijke boodschap gegeven: in de islam zoals die zich in Nederland ontwikkelt, is geen plaats voor meisjesbesnijdenis. De aanwezigen stelden dat meisjesbesnijdenis niet verdedigd kan worden vanuit de islam, dat meisjesbesnijdenis in Nederland verboden is en onaanvaardbare gezondheidsrisico’s met zich mee brengt.

Bron:
Anke van der Kwaak, Edien Bartels, Femke de Vries, Stan Meuwese, Strategieën ter voorkoming van besnijdenis bij meisjes. Inventarisatie en aanbevelingen, Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2003.