Claustrofobie vervormt persoonlijke ruimte

Wat gaat er om in het hoofd van een claustrofoob, die ongewoon bang is voor kleine kamers? Een nieuw experiment wijst erop dat claustrofoben misschien een abnormaal grote persoonlijke ruimte opeisen waarin alles veilig moet zijn – komt daar iets in, dan activeert het brein een vluchtreactie. Dat schrijft Stella Lourenco in het blad Cognition.

door

Stigny_gaard_leeuw_zebra

Rachman denkt dat claustrofobie samenhangt met de persoonlijke ruimte en vluchtcirkel van dieren. Zebra’s slaan niet zomaar op de vlucht voor leeuwen. Pas wanneer het roofdier de persoonlijke ruimte van de zebra betreedt, ontstaat er paniek. Stigny Gaard, Flickr.com

Claustrofobie kan best een vaag begrip zijn. De meeste mensen weten dat het gaat om angst voor kleine ruimtes, maar wat heet klein? Ieder weldenkend mens krijgt kriebels bij het kijken naar de film Buried, waarin de hoofdpersoon urenlang zit opgesloten in een doodskist en nauwelijks kan bewegen. Het mag duidelijk wezen: dat is té klein voor de meeste mensen. Wat het verschil maakt tussen een claustrofoob en een normaal persoon, is dat een claustrofoob dat gevoel al bij veel grotere ruimtes krijgt.

Eisen claustrofoben dan misschien een te grote persoonlijke ruimte op, waarin alles veilig moet zijn? Dat vroeg Canadese angstwetenschapper Stanley Rachman zich al in 1997 af. Dat hij waarschijnlijk gelijk heeft, blijkt pas nu. Stella Lourenco en haar collega’s van de Emory Universiteit schrijven, na een experiment onder 35 studenten, dat mensen met claustrofobische neigingen inderdaad een grotere persoonlijke ruimte ervaren, dan minder claustrofobische mensen. Dat schrijft de onderzoeker in het blad Cognition.

Dat Lourenco al zo’n verband kon vinden is bijzonder, want het meten van de persoonlijke ruimte is een lastig karweitje – al is het maar omdat deze constant verandert. Lourenco’s meetmethode maakt gebruik van het feit dat je brein de persoonlijke ruimte niet echt afbakent met een denkbeeldige cirkelvormige lijn, maar door je wereld in twee stukken te hakken: het gedeelte dat intiem dichtbij is, en het gedeelte dat veilig ver weg ligt.

En laat het nu net zo wezen dat je voor elk van deze twee kijkmanieren grotendeels een andere hersenhelft gebruikt. Daardoor ontstaat een kijkfoutje: omdat je rechterhersenhelft zich vooral bezighoudt met alles wat binnen je intieme cirkel ligt, zie je de objecten hierbinnen ietwat verder naar links liggen dan eigenlijk het geval is. En voor objecten van veraf zit het andersom: die zie je ietwat naar rechts liggen.

Cati_kaoe

Claustrofobische mensen hebben een grotere persoonlijke ruimte. De directe omgeving waarin zij zich vrij moeten kunnen manoeuvreren, is voor hen groter dan normaal. Cati Kaoe, Flickr.com

Hoe meet je zoiets? Lourenco’s proefpersonen moesten met een laserpen precies mikken op het midden van een horizontale lijn. Die lijn werd op negen verschillende afstanden voor de kijker geplaatst, van 30 centimeter tot 2,70 meter. En jawel hoor: als de lijn dichtbij lag, mikte iedereen met de laserpen iets te ver naar links. Lag de lijn ver weg, dan mikte iedereen ietwat rechts van het werkelijke midden.

Nu is dat gegeven op zichzelf niet zo opzienbarend. Het verband tussen de links-rechts-afwijking en persoonlijke ruimte is al vaker bewezen. De werkelijk interessante vondst van Lourenco’s experiment is deze: mensen die hoog scoren op de claustrofobietest bleken van dichtbij tot veraf relatief langzaam de afwijking naar rechts te maken. Met andere woorden, zij mikten vaker dan anderen links van het midden, wat betekent dat hun persoonlijke ruimte relatief ook best groot is.

Een prima vondst van Lourenco, maar het zegt niet alles. Statistisch gezien verklaarde de persoonlijke ruimte slechts ongeveer de helft de van de mate waarin mensen claustrofobische gevoelens hebben. Wat de andere helft aan angstige gevoelens veroorzaakt is dus nog lang niet duidelijk. Hoe dan ook: Lourenco denkt iets op het spoor te zijn. “Misschien”, zo schrijft ze in Cognition, “zijn therapieën waarbij de persoonlijke cirkel van mensen wordt verkleind, een nieuwe behandeloptie voor claustrofobie. Verder onderzoek moet dat uitwijzen.”

Zie ook