DDT: ‘wonderpoeder’ met twijfelachtige reputatie

Het ‘wonderpoeder’ DDT was in 1948 nog goed voor een Nobelprijs. Maar tegenwoordig is DDT óók een van de iconen van de vérgaande invloed van wetenschap en technologie op het milieu.

door

Er was een tijd dat men een onwrikbaar vertrouwen had in de mogelijkheden van de chemie. Met nieuwe kunststoffen werden de mooiste producten gemaakt, chemie was de motor achter de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en de landbouwproductie kon tot grote hoogten worden opgevoerd dankzij effectieve bestrijdingsmiddelen. Maar rond de jaren zestig van de vorige eeuw keerde het tij. De chemici in hun smetteloos witte jassen bleken nogal eens vuile handen te hebben. Chemische fabrieken bleken milieuvervuilers, nare bijwerkingen van geneesmiddelen kwamen aan het licht en bestrijdingsmiddelen bleken op veel meer organismen invloed te hebben dan die waar ze voor bedoeld waren.

Wonderpoeder…..

Neem DDT. Was het ‘wonderpoeder’ in 1948 nog goed voor een Nobelprijs (voor de Zwitser Paul Müller, die de insectenverdelgende werking van DDT ontdekte); tegenwoordig is DDT een van de iconen van de vérgaande invloed van wetenschap en technologie op het aardse milieu.

Jarenlang werd DDT gebruikt als insectenverdelger om dodelijke ziekten te bestrijden, gewassen en planten te beschermen en waterlopen vrij van muggen te maken. Al gauw werd DDT ook aangewend in volksgezondheidsprogramma’s. En niet zonder resultaat. In een paar jaar tijd werden in de Verenigde Staten en in Europa dodelijke ziektes die door vlooien, muggen en ander ongedierte worden overgebracht, zo goed als uitgeroeid. Dat gold onder meer voor de pest, malaria en vlektyfus.

Vervolgens werd DDT met succes in de Derde Wereld gebruikt tegen malaria. In India daalde het aantal malariapatiënten van 75 miljoen per jaar tot 100.000. Iedereen was in de wolken over deze triomf van de wetenschap. Vooral ook omdat er geen enkel schadelijk effect voor de mens aan het licht kwam.

Ook in de landbouw was DDT een absoluut succesverhaal. Kevers, sprinkhanen en andere insecten kregen geen kans meer om ooit nog een oogst te vernielen. En zelfs als er geen gevaar was voor ziekten of een slechte oogst werd DDT gebruikt. Straten, tuinen, vijvers, zelfs hele steden werden bestoven. Nooit meer lastige muggen of vliegen. Iedereen was dolenthousiast.

In de landbouw was DDT een absoluut succesverhaal…

Maar dan komen de eerste alarmerende berichten. Amerikaanse wetenschappers rapporteren eind jaren 50 dat de fuut bijna is uitgestorven. In Engeland ontdekken ornithologen dat de slechtvalk nog weinig eieren legt. In veel valkennesten ligt maar één ei, en de schalen zijn schrikbarend dun. DDT blijkt de schuldige.

In 1962 doet het boek Silent Spring (Dode lente) van de Amerikaanse biologe Rachel Carson de publieke opinie inzien hoe schadelijk DDT is voor het milieu. Het besef dringt door dat het ook in ons voedsel zit, en langs die weg in onze moedermelk terechtkomt. Vele jaren later wordt aangetoond dat het zelfs tot in de ijskappen van de Zuidpool te vinden is.

wetenschapsdocumentaire ‘overLeven’ (Canvas)

Meer weten?

DDT en gewasbescherming – algemeen

DDT en gewasbescherming – biologische bestrijdingsalternatieven

DDT en gewasbescherming – biotechnologische bestrijdingsalternatieven