De boer, de pollen en de besmetting

Plant GM-maïs naast gewone maïs en de kruisbestuiving blijft ver onder de wettelijke norm – zelfs als GGO–teelt in Nederland ooit een grote vlucht zal nemen.

door

Het zij aan zij telen van genetisch gemodificeerde- en traditionele gewassen (coëxistentie) is een onderwerp dat discussie blijft oproepen. Eind maart nog stemde het Europarlement met overgrote meerderheid voor strengere normen voor de biologische landbouw. De grens voor onbedoelde besmetting met GGO’s zou omlaag moeten worden gebracht van 0,9 procent naar 0,1 procent. De Europese Commissie voelt evenwel niets voor zo’n wetswijziging.

Met name de biologische landbouwsector heeft de voorbije jaren doorlopend gewezen op de risico’s van kruisbesmetting, en de eventuele schade die daaruit kan voortvloeien. Door het overwaaien van stuifmeel van transgene gewassen, kunnen reguliere of biologische oogsten besmet worden. En dat terwijl de biologische sector zich juist profileert als GGO-vrij; volgens Europese verordening EG/2092/91 mag de sector zelfs geen genetische gemodificeerde organismen of daarvan afgeleide producten gebruiken.

De EU heeft als antwoord op die discussie de richtlijn EG/1830/2003 opgesteld, die voorschrijft dat onbedoelde besmetting lager dan 0,9 procent niet op het etiket vermeld hoeft te worden. De richtlijn geeft niet aan hoe onder die grens gebleven moet worden. Ieder land mag zelf zogenaamde isolatieafstanden vaststellen.

Dit is vooral van belang bij kruisbestuivers als maïs en koolzaad, en in veel mindere mate bij aardappels en suikerbiet. Bij de laatste twee gewassen zijn de voorgestelde isolatieafstanden maximaal tien meter. In Nederland kwam het zogenaamde CoëxistentieOverleg in 2004 met adviezen voor coëxistentie in de maïsteelt. Daarbij werd 25 meter voorgesteld als isolatieafstand tussen GM-maïsteelt en reguliere maïsteelt, en 250 meter tussen GM-maïsteelt en biologische maïsteelt.

Isolatieafstanden

Plant Research International in Wageningen onderzocht de isolatieafstanden in de Nederlandse praktijk. De tussentijdse resultaten uit 2006 zijn onlangs gepubliceerd. Met isolatieafstanden van 25 meter lag het percentage uitkruising tussen de 0,01 en 0,3 procent, bij een afstand van 250 meter lag het percentage tussen de 0 en 0,04 procent. ‘Uit die resultaten blijkt dat je met deze isolatieafstanden ruim onder de drempel van 0,9 procent blijft’, zegt onderzoeker en medeauteur Clemens van de Wiel. ‘Omdat dit soort experimenten door veel variabelen worden beïnvloed – wind, regen, opbouw van het landschap – wordt het onderzoek dit jaar herhaald.’

De proefvelden liggen op verschillende plaatsen in Nederland: drie velden voor proeven met 25 meter isolatieafstand, en drie met 250 meter. Elke praktijktoets bestaat uit een hectare transgeen Monsanto Bt maïs, omringd door vier velden niet-transgene maïs. Uit de vier omringende percelen worden monsters genomen en de maïskorrels onderzocht op transgeen DNA met zogenaamde real time PCR. Deze methode meet kwantitatief het gehalte transgeen DNA, ten opzichte van het maïs-DNA.

De Monsanto maïs is in Europa toegelaten voor teelt, veevoergebruik en consumptie. Het niet-transgene ras is de isogene variant: vrijwel identiek, op het transgen na. Van de Wiel: ‘Zo maximaliseer je de kans dat de percelen dezelfde eigenschappen hebben, en op hetzelfde moment bloeien. Je wilt de omstandigheden zo maken dat je maximale uitkruising krijgt. Je wilt tenslotte aan de veilige kant zitten.’

Op dit moment wordt er in Nederland niet op commerciële schaal transgene maïs geteeld. Dat gebeurt wel op bescheiden schaal in Spanje, Frankrijk en Zuid-Duitsland. Dat zijn streken waar de maïsstengelboorder actief is, en de Bt-maïs bescherming biedt tegen dit plaaginsect.

Vorig jaar oktober publiceerde het Wageningse Institute for Risk Management in Agriculture (IRMA) een economische modelstudie naar de mogelijke schade die de biologische landbouwsector zou lijden door kruisbesmetting met GGO-gewassen. Bij de huidige drempelwaarde van 0,9 procent treedt geen schade op. Ook in het meest pessimistische scenario – de situatie waarin 2000 GGO-bedrijven actief zijn en tien procent van het totale aantal bedrijven GGO-vrij is – zal dat niet veranderen. Pas als de drempelwaarde voor toelaatbare besmetting wordt verlaagd tot 0,1 procent is in het somberste scenario voor de maïs-, aardappel- en suikerbietenteelt schade te verwachten. En wel 5000 euro – voor alle Nederlandse biologische boeren tezamen.

Zie ook: