De kredietcrisis mondt uit in een recessie

De crisis breidt zich als een olievlek steeds verder uit. Deel 4 van de serie hoe de financiële crisis uitmondde in een recessie. Overheden probeerden het aangetaste vertrouwen te herstellen door de banken in nood te kopen, leningen te verstrekken aan banken of garant te staan bij een lening. Centrale banken verlaagden bovendien de korte rente en schepten meer geld. De zware recessie zorgt ervoor dat het begrotingssaldo in alle OESO-landen is verslechterd. Landen geven meer uit dan er binnenkomt. Hierdoor lopen begrotingsschulden op.

De gevolgen voor de komende jaren

Ondernemers en gezinnen worden door de kredietcrisis en de zware recessie hard geraakt. In het Centraal Economisch Plan 2009 schetst het Centraal Planbureau een somber beeld. Het bruto binnenlands product (bbp) zal in 2009 naar verwachting met 3½ procent krimpen. Bovendien verwacht het planbureau vooral in 2010 een forse stijging van de werkloosheid. In dat jaar zitten bijna 700 duizend mensen zonder werk.
Dit heeft uiteraard ook gevolgen voor de overheidsfinanciën. Het begrotingstekort en de staatsschuld zullen verder oplopen. In 2008 waren de ontvangsten van de overheid groter dan de uitgaven. Dit kwam vooral door een meevaller bij de aardgaswinst.

Begrotingssaldo en overheidsschuld

Begrotingssaldo en overheidsschuld (procenten bbp Afbeelding: © Centraal Planbureau (2009)

De overheidsuitgaven schieten omhoog

Dit jaar geeft de overheid 48,6 cent uit van elke in ons land verdiende euro, tegen 45,4 cent in 2008. De sterk stijgende uitgave laat zien dat het kabinet zich houdt aan de afspraken om meer geld uit te geven aan bijvoorbeeld onderwijs en kinderopvang. Ook, nu in 2009 de belastingontvangsten en de aardgaswinst naar beneden duikelen. Het kabinet accepteert dit verlies aan inkomsten. Door de uitgaven te laten groeien en te berusten in lagere ontvangsten ontstaat volgend jaar een tekort van 2,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De gedachte is dat de economie niet zo hard zal krimpen, omdat de overheidsuitgaven groeien.

Hoewel het Centraal Planbureau verwacht dat de economie volgend jaar voorzichtig opkrabbelt, verslechtert de positie van de schatkist dan verder. Het CPB voorziet voor 2010 een begrotingstekort van 5,6 procent van het bbp. Zodra het tekort groter is dan 2 procent van het bbp moeten er aanvullende maatregelen worden genomen om het tekort tot beneden deze ‘signaalwaarde’ terug te dringen. Om het tekort met 3,6 procent bbp te verlagen zou het kabinet in 2010 voor 21 miljard euro maatregelen nemen. Dat kunnen bezuinigingen zijn of lastenverzwaringen. In beide gevallen knakt de overheid het voorzichtige economische herstel in de knop. Want minder overheidsbestedingen tasten de omzet van het bedrijfsleven aan. Door lagere uitkeringen en lastenverzwaringen kunnen consumenten minder kopen.

De staatsschuld is in het najaar van 2008 opgelopen tot meer dan 58 procent van het bbp, terwijl deze maar 42 procent van het bbp zou mogen zijn. Dit komt onder meer door de forse kapitaalinjecties aan enkele financiële instellingen het opkopen van enkele banken.

De auteur van dit artikel is Prof. dr. C.A. de Kam. Flip de Kam is honorair hoogleraar Economie van de Publieke Sector, Rijksuniversiteit Groningen. Dit artikel komt uit Het Tijdschrift voor Openbare Financiën en is bewerkt door Tamara Slief. Het artikel bouwt voort op het inleidende hoofdstuk uit De Kam (2009a).

Zie ook:

Auteurs

Tamara Slief en C.A. de Kam


Gepubliceerd door

Kennislink


Publicatiedatum

dinsdag, 14 april 2009 13 februari 2012


Kernwoorden


Deel deze publicatie

Dit is een achtergrondartikel van Kennislink.


Creative Commons License© Kennislink, sommige rechten voorbehouden.

Volg ons op twitter Word onze fan op facebook