De taal van de vogels

Alarmroepen van vogels bevatten meer informatie dan je op het eerste gehoor zou denken. Zo waarschuwen sommige mezen elkaar niet alleen dát er een roofdier op de loer ligt, maar ook nog eens wat voor sóórt roofdier.

door

Alarmroepen van vogels bevatten meer informatie dan je op het eerste gehoor zou denken. De Amerikaanse Matkop ( Poecile atricapilla), een meesje met een zwart ‘kapje’ op zijn kop, maakt zijn soortgenoten niet alleen het type bedreiging duidelijk. Hij informeert ze ook nog over het soort roofdier dat hij ziet.

Het vogeltje wordt in Amerika de Black-capped Chickadee genoemd. Chick-a-dee is namelijk het geluid van zijn alarmroep voor een roofdier dat dichtbij zit, bijvoorbeeld een uil of een kat. Wanneer er een roofvogel hoog overvliegt gebruikt de matkop een soort zacht, hoog siet-geluid als waarschuwing. De eerste roep is een signaal voor de andere matkopjes om met een hele groep de rover te gaan lastigvallen zodat deze er hopelijk vandoor gaat.

Het geluid van een groep mezen die een dwerguil verjagen.

Een matkopje. ALs je goed kijkt zie je het bandje om zijn poot dat aangeeft dat dit een van de proefmeesjes is.

Het viel een student op dat de alarmroep niet altijd hetzelfde leek te zijn. De wetenschappers besloten vervolgens een simpel experiment uit te voeren: de vogeltjes, die in een kas gehouden werden, kregen telkens een ander (vastgebonden of opgezet) roofdier te zien. Daaronder waren een kat, een fret en verschillende soorten uilen. De roep van de matkopjes werd opgenomen en met computers geanalyseerd, want niet alle tonen die de beestjes produceren zijn hoorbaar voor mensen.

Ook bij deze matkop is het pootbandje met een beetje moeite te zien.

Het belangrijkste verschil in de reactie op de verschillende predatoren is het aantal dee ’s aan het einde van de roep. Bij een kleine bedreiging, bij voorbeeld een grote, logge Amerikaanse Oehoe, is het alarm bijvoorbeeld chick-a-dee-dee-dee, maar voor ernstiger gevaar gooien de vogels er nog eens 5, 10 of zelfs 15 dee ’s extra achteraan. Bij het zien van de gevaarlijkste roofvogel voor matkoppen, de veel kleinere en snellere dwerguil, werden zelfs een keer 23 dee ’s waargenomen.

Het geluid dat een matkop maakt bij het zien van een Amerikaanse Oehoe.

Het geluid dat een matkop maakt bij het zien van een Dwerguil.

Links de Amerikaanse Oehoe ( Bubo virginianus), rechts de Dwerguil ( Glaucidium brasilianum ). Omdat hij veel sneller en wendbaarder is, is juist de kleinere uil een groter gevaar voor meesjes.

De theorie over de alarmroepen werd definitief bevestigd door de opgenomen geluiden nog eens af te spelen in de buurt van een aantal matkopjes. Die vertoonden vervolgens precies het soort gedrag dat je bij het bijbehorende roofdier zou verwachten. Als vervolgonderzoek zal nu gekeken gaan worden of de siet-roep bij hoogvliegende roofvogels ook informatie bevat over het soort vogel.

Bron:

Templeton et al., Allometry of alarm calls: Black-Capped Chickadees encode information about predator size, Science, 23 juni 2005