De Amerikaanse professor Richard Feynman voorspelde in zijn lezing ’There’s Plenty of Room at the Bottom’ in 1959 al de opkomst van de nanotechnologie. Hij sprak over hoe we in de toekomst hele bibliotheken op één vierkante millimeter kwijt kunnen. Ook voorzag hij wetenschappers die atoom voor atoom de meest onvoorstelbare machines in elkaar zetten.

Feynman tijdens zijn inmiddels legendarische lezing ’There’s Plenty of Room at the Botttom’. Afbeelding: © California Institute of Technology
Tot nu toe is het nog maar de vraag of nanotechnologie zijn beloften waar kan maken. En zo ja, wanneer dan? Er worden hier en daar al wat kleine succesjes geboekt: spijkerbroeken die nooit meer vies worden en verbeterde zonnebrandcrème. Echt grote maatschappelijke doorbraken zijn er nog niet. Hopelijk gaan de hoogtepunten nog komen. Er wordt in ieder geval hard aan gewerkt: honderden onderzoeksgroepen over de hele wereld zijn in de weer met nanotechnologie. Ook in Nederland doen we ons best: de TU Delft, Universiteit Twente, Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Wageningen, en TU Eindhoven hebben allemaal een nanolab. In 2009 investeerde de overheid via het initiatief NanoNed ruim 15 miljoen euro in de sector, waarmee deze nano-instituten flink konden groeien.
Waarom zo klein?
Nanotechnologie is de wetenschap van het knutselen met losse atomen en moleculen, of in ieder geval structuren op de nanoschaal. Om een beetje een gevoel te krijgen: één nanometer is een tienduizendste van de dikte van een haar.

Hier zie je een nanobuisje op een mensenhaar. Nanobuisjes zijn vaak al zo’n 30 nanometer dik, dus één enkele nanometer is zelfs zo bijna niet te zien. Deze foto is gemaakt met een STM-microscoop Afbeelding: © E Majur, Harvard Universiteit
Werken op die schaal kan natuurlijk niet gewoon met je vingers. De wetenschap heeft verschillende microscopen ontwikkeld om een idee te hebben wat ze aan het doen is, en methoden om losse atomen over oppervlaktes te verplaatsen.
Nanobuisjes, buckyballen en grafeen

Afbeelding: © Dreamstime/Knorre
Overal nanobotjes!
Minuscule machientjes die te klein zijn om te zien, maar die allerlei problemen voor ons op kunnen lossen. Moleculaire machines vormen een toepassing van nanotechnologie die nogal tot de verbeelding spreekt. In science fiction gaat dat dan meestal over ‘grey goo’, nanobotjes die zichzelf ongebreideld zouden kunnen repliceren. Daar hoeven we gelukkig niet bang voor te zijn. Naast ongewenst, is dat nog ver buiten de mogelijkheden van de moderne wetenschap.
Er wordt wel gewerkt aan machientjes die uit een paar kleine moleculen bestaan, zoals deze van rotaxaan.

Het natuurkundig instituut FOM werkt aan deze moleculaire motor van totaxaan. Afbeelding: © FOM
Maar deze machientjes atoom voor atoom in elkaar knutselen zou wel veel werk betekenen. Daarom doen onderzoekers in dit gebied hun best om de machientjes zó te ontwerpen dat ze zichzelf in elkaar kunnen zetten. Dat kan bijvoorbeeld met DNA als bouwmateriaal. Zulke nanorobotjes hebben hun eerste stapjes al gezet.
Bijzondere eigenschappen
Eén van de dingen die nanotechnologie onderscheidt van scheikunde (dat meestal met deeltjes in bulk werkt), is dat losse deeltjes op die ultrakleine schaal andere eigenschappen kunnen krijgen dan normaal. Wat een deeltje kan, hangt ineens niet alleen meer af van de chemische samenstelling, maar ook van de grootte.
Een mooi voorbeeld is goud. Nanodeeltjes goud zijn niet meer gelig, maar kleuren juist rood. Naast de kleur kunnen ook allerlei andere eigenschappen zoals de reactiviteit anders zijn op de nanoschaal.


Klik op de afbeelding voor en grotere versie. Afbeelding: © xkcd
Dat komt omdat natuurkundige quantummechanica wetten op die schaal een rol beginnen te spelen. Dan kunnen hele deeltjes zich als atomen gaan gedragen, wat deuren opent naar quantumcomputers en zelfs het ‘teleporteren’ van informatie. Versturen zonder draadje ertussen, zeg maar.
Gezonder leven met nano!

Afbeelding: © Kristin Johnson/Harvard Medical School/Science
Nano – ja of nee?

Is nanotechnologie wel zo’n mooie techniek als de wetenschappers ons doen geloven? Hoewel we waarschijnlijk niet bang hoeven te zijn voor nanorobotjes die onze hele wereld verslinden, het zit er dik in dat nanotech niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Wat is de impact op het milieu, kunnen nanodeeltjes in ons lichaam terechtkomen en waar blijven ze na gebruik? Wetenschappers, onder andere bij TNO en de universiteit Wageningen doen hun best dit uit te vinden. En om te peilen of de samenleving wel op nanotechnologie zit te wachten, organiseerde overheidsorganisatie Nanopodium in 2010 een maatschappelijke dialoog over het onderwerp.
- Nanobuisjes en kanker
- Nanodeeltjes hopen zich op in de voedselketen
- Antizweetsok slecht voor het milieu?
- Minder nanoproducten dan verwacht
Eindeloos veel toepassingen

Afbeelding: © Andy Armstrong
De nano toekomst?

Een still uit de film GI Joe: Rise of the Cobra