Uit onderzoek van de Twentse promovendus Elian de Kleine blijkt dat dyslexie meer is dan alleen een probleem met lezen en schrijven. Dyslectici hebben ook moeite met het plannen van bewegingen. Ze voeren een reeks van opeenvolgende bewegingen langzamer uit dan mensen die geen dyslexie hebben. De Kleine ziet een zelfde onderliggend probleem in het automatiseren van vaardigheden.
Bewegingen aanleren
Het maken van een reeks kleine bewegingen achter elkaar, zoals veters strikken, vioolspelen en schrijven, noem je een bewegingssequentie. Als je zo’n nieuwe vaardigheid als vioolspelen net leert, maak je alle bewegingen nog heel bewust. Maar als je lang genoeg oefent gaat de bewegingssequentie automatisch, als in één beweging zonder er echt bij na te denken. Elian de Kleine onderzocht hoe je zo’n bewegingssequentie aanleert. Als onderdeel van haar onderzoek, onderzocht zij ook of hier verschillen in waren tussen dyslectici en niet-dyslectici.

Omheen halen…doorheen trekken…Als je net je veters leert strikken, denk je nog bij elke beweging na. Op den duur gaat het automatisch: je hebt de bewegingssequentie aangeleerd.
Dyslexie
Ongeveer 5 tot 12% van de bevolking heeft dyslexie. Dyslectici hebben, ondanks een normale intelligentie, moeite met leren lezen, spellen en schrijven. Over de oorzaak van dyslexie bestaan verschillende wetenschappelijke theorieën. Eén theorie stelt dat dyslexie alleen een taalprobleem is, waarbij de persoon moeite heeft met het zien van woordbeelden. Andere theorieën zeggen dat dyslexie méér is dan alleen een taalprobleem. Over welke theorie de juiste is, lopen de meningen uiteen.
Methode
Voor haar experiment onderzocht De Kleine 19 dyslectici en 21 niet-dyslectici. De proefpersonen moesten een simpele sequentiële beweging uitvoeren. Ze kregen op een computerscherm vier vierkanten te zien, die correspondeerden met vier toetsen op een toetsenbord. Bij het oplichten van een vierkant moest de proefpersoon zo snel mogelijk de bijbehorende toets indrukken. De onderzoekster mat hierbij de reactietijd. De proefpersonen met dyslexie deden significant langer over deze taak dan mensen zonder dyslexie.
De taak die de deelnemers uitvoerden is vrij simpel, maar De Kleine verwacht dat de resultaten generaliseerbaar zijn voor meer complexere taken. Het toont volgens haar aan dat dyslectici niet alleen moeite hebben met het automatiseren van lees- en schrijfvaardigheden. Dyslexie is een bredere stoornis waarbij mensen problemen hebben met het aanleren van sequenties in het algemeen.

