Engels voor gevorderden

Onderzoek naar de schrijfvaardigheid van studenten Engels

Van studenten Engels wordt verwacht dat zij een niveau bereiken dat het niveau van een moedertaalspreker nadert. Om taalleerders op dit hoogste niveau van dienst te zijn, deed promovendus Philip Springer corpusonderzoek naar verschillen tussen gevorderde taalleerders en moedertaalsprekers.

We hebben er allemaal weleens een gehoord, zo’n verhaspelde Engelse zin, uitgesproken door een Nederlander: I do not want to fall with the door in house. I sit with my mouth full of teeth. Er bestaan zelfs boekjes met dit soort uitspraken, in Dunglish zoals dat ook wel wordt genoemd, Engels uit Nederlandse mond. Er wordt dan misschien lollig over gedaan, maar als je er niet dagelijks in wordt ondergedompeld, is het ook moeilijk om vlekkeloos Engels te spreken.

Laptop

Afbeelding: © Matthew Bowden

Van studenten Engels mag echter wél verwacht worden dat zij een niveau bereiken dat het niveau van een moedertaalspreker nadert: het zogenaamde ‘near-native’ niveau.

Philip Springer deed onderzoek naar de schrijfvaardigheid van studenten Engels. Hij kwam tot de conclusie dat de studenten het moedertaalniveau inderdaad dicht naderen.

Toch zijn er nog verschillen aan te wijzen met natives. Ze zijn veel minder opvallend, en worden daarom niet altijd goed opgemerkt. De oplossing: betere lesboeken, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.

Europese richtlijnen

Mensen die een taal van kinds af aan meekrijgen, zijn moedertaalsprekers van die taal. Zij kennen alle do’s en don’ts van die specifieke taal. Een taal die zij op latere leeftijd leren (een tweede taal) – bijvoorbeeld op de lagere school – zullen ze nooit op moedertaalniveau beheersen; hoewel mensen die op jonge leeftijd naar het land emigreren waar die taal dagelijks gesproken wordt, misschien een uitzondering vormen.

Van Nederlandse studenten die in ons land Engels leren, wordt geen moedertaalniveau verwacht, maar toch wel een niveau dat hier in de buurt komt: de C1 en C2-niveaus zijn de hoogst haalbare taalniveaus. Voor deze niveaus zijn speciale richtlijnen ontwikkeld, die zijn vastgelegd in het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (ERK).

Die richtlijnen zijn nogal algemeen, zoals Springer aangeeft in zijn proefschrift. De student moet in staat zijn, volgens de Europese richtlijnen, om “heldere, soepel lopende complexe teksten (te) schrijven in een gepaste en doelmatige stijl en met een logische structuur die de lezer helpt om belangrijke punten te herkennen” (C2). Dat de richtlijnen niet preciezer zijn, is niet zo gek. Tot nu toe was het namelijk moeilijk om de problemen waar vergevorderde taalleerders mee kampen, op te sporen. Inmiddels is het mogelijk om op de computer grote tekstbestanden, of corpora, aan te leggen die systematisch kunnen worden vergeleken.

In het promotieonderzoek van Springer werden corpora van twee soorten teksten naast elkaar gelegd: die van eerste- en derdejaars studenten Engels en die van professionele moedertaalsprekers (in feite ging het om een selectie van artikelen uit wetenschappelijke tijdschriften). In die vergelijking van de teksten werd speciaal gelet op bepaalde zinsconstructies en verbindingswoorden. Pas na een grondige corpusanalyse – waarbij met statistiek bepaald werd of de verschillen significant waren (en dus niet op toeval berustten) – kwamen de verschillen aan het licht.

Bijzinnen en formaliteit

Onder de moedertaalsprekers waren de zinnen over het algemeen langer en complexer dan bij de studenten. Hoewel de bijzinnen juist weer beknopter waren dan bij menig student. Maar vooral opvallend was dat er een verschil was in de positie van bijzinnen. Nederlandse studenten gebruikten vooral bijzinnen aan het begin van de zin: in het midden of aan het eind van de zin kwamen deze veel minder voor dan bij de moedertaalsprekers.

Een zin zoals deze, werd dus niet zo snel aangetroffen onder de studenten: ‘Stylistics, as it was pursued through the 1960s and 1970s, constitutes perhaps the most focused structural continuation of text analysis within English studies (…)’. Onderbrekingen in het midden van de zin worden door moedertaalsprekers gebruikt om zaken nader uit te leggen en een zekere autoriteit uit te drukken. Het vergt met andere woorden zelfvertrouwen van de schrijver om zo’n zinsconstructie te gebruiken.

studentcollege

Afbeelding: © Bert Beelen

Ook opvallend was dat de studenten meer constructies en woorden gebruikten om verbanden van oorzaak-en-gevolg aan te geven (therefore, because). Blijkbaar zijn dit soort constructies makkelijker dan andere zinsconstructies of het gebruik van zelfstandig naamwoorden die oorzaak-gevolg aan kunnen geven (outcome, result).

Het overmatig gebruik van woorden als like – in plaats van afkortingen als ‘e.g.’ (‘bijvoorbeeld’) en ‘i.e.’ (‘dat wil zeggen’) – duidt op een slechtere beheersing onder de studenten van formeel taalgebruik. De bovenstaande voorbeelden worden door Springer uitgedrukt in vier dimensies: beknoptheid, zelfvertrouwen, complexiteit en formaliteit.

Om de schrijfvaardigheid van studenten Engels op deze vier dimensies te verbeteren, is het volgens Springer niet voldoende om de studenten maar zoveel mogelijk academische teksten te laten lezen. Omdat het om vrij subtiele verschillen gaat, moeten studenten hier expliciet op gewezen worden. En omdat die met het blote oog niet goed waarneembaar zijn, zouden leerboeken er meer aandacht aan moeten besteden.

Het onderzoek van Springer toont aan dat verschillen tussen moedertaalsprekers en gevorderde tweede taalleerders pas zichtbaar worden met behulp van corpusonderzoek. Dergelijk onderzoek zou daarom als basis moeten dienen voor het lesmateriaal van studenten. Niet alleen studenten Engels, maar talenstudenten in het algemeen.

Zie ook:

Auteur

Mathilde Jansen


Gepubliceerd door

Kennislink


Publicatiedatum

vrijdag, 27 januari 2012 27 januari 2012


Kernwoorden


Deel deze publicatie

Dit is een nieuwsbericht van Kennislink.


Creative Commons License© Kennislink, sommige rechten voorbehouden.

Volg ons op twitter Word onze fan op facebook