Geadopteerd tussen twee werelden

Geadopteerden met een andere huidskleur die in een blank gezin opgroeien ontwikkelen vaak een meervoudige identiteit. Dit schrijven Prof.dr. Gloria Wekker en drs. Nathalie Frederiks in hun rapport ‘Je hebt een Kleur, maar je bent Nederlands. Identiteitsformaties van Geadopteerden van Kleur’. Het onderzoek werd vrijdag 26 oktober gepresenteerd tijdens een internationaal symposium over adoptieonderzoek.

Niet-blanke geadopteerden zijn dubbel anders: hun ouders zijn niet hun biologische ouders én ze hebben een andere huidskleur. Dit is van invloed op de ontwikkeling van hun identiteitsgevoel. In culturele zin zijn deze geadopteerden Nederlands: ze groeien hier op, in een wit gezin. Maar door hun etnische achtergrond en huidskleur zijn ze toch zichtbaar anders. En zo voelen zij zich ook: Nederlands, maar niet wit, gekleurd maar toch Nederlands.

Dubbelzinnig

De auteurs interviewden tien volwassen geadopteerden van kleur. Alle geïnterviewden gaven aan dezelfde dubbele ervaringen te hebben. Zo speelde hun etnische herkomst bij hun families schijnbaar geen wezenlijke rol. Hun kleur werd niet gezien als anders of afwijkend. Tegelijkertijd echter werden zij door hun omgeving wel regelmatig geconfronteerd met aannames en vooroordelen over hun zichtbaar anderszijn. Een erg tegenstrijdige boodschap dus.

Je voelt je verbonden met de cultuur waar je in opgroeit, maar tegelijkertijd zegt die cultuur dat je anders bent. Waar hoor je thuis?

Geadopteerden die een andere etnische herkomst hebben dan hun adoptieouders verkeren dan ook continu in tweestrijd tussen aanpassing en anderszijn. En dit werkt door op hun zelfbeeld. Een geïnterviewde vrouw van Koreaanse afkomst verwoordde dit als volgt: ‘Je wordt er steeds aan herinnerd dat mensen je anders zien dan jij jezelf kent.’

Nieuw model

Toegeven, Wekker en Frederiks baseren hun resultaten slechts op tien interviews, maar dit stond dan ook vooral model voor een nieuwe onderzoeksbenadering naar volwassen geadopteerden. In deze nieuwe variant kijken zij naar de invloed van etniciteit, nationaliteit en sekse op de vorming van de eigen, al dan niet meervoudige, identiteit. Want tot nu toe richt onderzoek naar adoptiekinderen zich vooral op de psychosociale ontwikkelingsproblematiek. En met sociale invloeden van etniciteit en kleur wordt nauwelijks rekening gehouden.

Gepubliceerd door

Universiteit Utrecht (UU)


Publicatiedatum

vrijdag, 26 oktober 2007 10 april 2009


Kernwoorden


Deel deze publicatie

Meer Hersenen & Gedrag

Dit is een nieuwsbericht van Universiteit Utrecht (UU).


© Universiteit Utrecht (UU), alle rechten voorbehouden.

Volg ons op twitter Word onze fan op facebook