Het komt nooit meer goed met de shuttle

Met een beetje pech is de vlucht van de Discovery de laatste shuttlevlucht in de geschiedenis geweest. De landing van het ruimteveer, gisterenmiddag in Californië, verliep vlekkeloos; commandant Eileen Collins glunderde en de wereld applaudisseerde, maar het shuttleprogramma van de Amerikaanse NASA verkeert onverminderd in een diepe crisis.

door

Een kwart eeuw geleden werd de spaceshuttle geïntroduceerd als het ei van Columbus: een bemand ruimteschip dat steeds opnieuw te gebruiken is. Eindelijk zou ruimtevaart goedkoop worden, en kon de frequentie van bemande ruimtereizen worden opgeschroefd. NASA had het over een goedkope en veilige pendeldienst op de ruimte. In gedachten kon je de fileberichten al horen.

Inmiddels zijn twee van de vijf shuttles geëxplodeerd en zegt de statistiek dat elke shuttle-astronaut twee procent kans loopt om te verongelukken. Het toch al tegenvallende record van negen vluchten in één kalenderjaar (1985) is nooit meer verbroken, en elke shuttlevlucht kost een slordige vijfhonderd miljoen dollar – een veelvoud van de oorspronkelijke raming.

Lachende astronauten op de landingsbaan.

Geen wonder dat NASA van de verouderde toestellen af wil. In 2010 wordt de spaceshuttle definitief uit de vaart genomen. Kort daarna moet het nieuwe Crew Exploration Vehicle beschikbaar zijn, waarmee astronauten voor het eerst sinds 1972 ook de maan weer kunnen bezoeken. De komende jaren wordt de shuttle dan nog ingezet om het internationale ruimtestation ISS af te bouwen.

Het klinkt goed, maar de kans dat het gaat lukken is uiterst gering. De nieuwe NASA-directeur Mike Griffin wil de ontwikkeling van het Crew Exploration Vehicle weliswaar versnellen, maar het nieuwe ruimteschip ligt zelfs nog niet op de tekentafel, en de ervaring leert dat zo’n project altijd anderhalf keer zo veel tijd en twee keer zo veel geld kost als begroot.

En dat het ISS binnen vijf jaar voltooid kan worden, is een illusie. Om het ruimtestation volgens de oorspronkelijke plannen af te bouwen, zijn 28 shuttlevluchten nodig. Dat lukt alleen wanneer er geen enkele tegenslag is, en de dollars op je rug groeien. NASA onderzoekt dan ook de mogelijkheid om het aantal resterende shuttlevluchten drastisch terug te brengen, misschien wel tot niet meer dan twaalf.

Het zal duidelijk zijn dat het ISS dan nooit volgens de oorspronkelijke plannen afgebouwd zal kunnen worden. Dat betekent slecht nieuws voor de Europese ESA. Die heeft een peperdure onderzoeksmodule klaar staan, die alleen met behulp van de shuttle omhoog kan worden gebracht. Bij ESA houdt men al stilletjes rekening met de desastreuze mogelijkheid dat de Columbus-module nooit gelanceerd wordt.

Dat doemscenario is niet eens zo onwaarschijnlijk. De geslaagde landing van de Discovery was reden tot kortstondige vreugde, maar de problemen zijn niet van tafel. Integendeel. Bij de lancering van de Discovery lieten opnieuw grote stukken isolatieschuim los van de brandstoftank. Tweeënhalf jaar werk en 1,4 miljard dollar waren kennelijk niet voldoende om dit probleem onder de knie te krijgen.

Om die reden staan de resterende drie shuttles opnieuw voor onbepaalde tijd aan de grond. Het is vrijwel uitgesloten dat de in september geplande lancering van de Atlantis dit jaar nog kan plaatsvinden. NASA-technici hebben al aangegeven dat het schuimprobleem alleen op korte termijn te verhelpen is wanneer iemand een ‘eureka-moment’ beleeft. Zeg maar: wanneer er een wonder gebeurt.

Daar komt nog bij dat elke schroef en moer van NASA voortaan onder het vergrootglas van de media zal worden gelegd. De ruimtevaartorganisatie kan zich geen enkele uitglijder meer veroorloven, hoe klein ook. Niet bepaald een situatie waarin je voortvarend te werk kunt gaan, zeker niet met een onvoorstelbaar complexe machine als de spaceshuttle.

Oorspronkelijk stonden er voor 2006 vijf assemblagevluchten voor het ruimtestation gepland. Met een beetje geluk worden dat er drie, maar als het ook maar éven tegenzit, zijn het er straks nul. En als de shuttles te lang aan de grond blijven staan, heeft het geen zin meer om ze überhaupt nog te laten vliegen. Dan kun je al die miljarden beter steken in de versnelde ontwikkeling van een opvolger.

Is het een ramp wanneer NASA volgend jaar de handdoek in de ring zou gooien? Het ISS zal dan waarschijnlijk een onvoltooide deceptie blijven, maar als gevolg van de talrijke vertragingen en bezuinigingen van de afgelopen jaren stelde het ruimtestation als vliegend onderzoekslaboratorium toch al niet veel voor.

En een zonnige keerzijde is er gelukkig ook. Wanneer NASA zich door nieuwe tegenslagen genoodzaakt zou zien om nooit meer een spaceshuttle te lanceren, is het vijfentwintig jaar oude shuttleprogramma tenminste afgesloten met lachende astronauten op de landingsbaan. Want je moet er niet aan denken dat er nóg een keer iets fout gaat. Zelfs bij niet meer dan twaalf vluchten is de kans daarop vijfentwintig procent.

Dit artikel is eerder verschenen in de Volkskrant

Meer weten?