
Sommige ouders reageren op hun zorgen over het – al dan niet denkbeeldige – overgewicht van hun kinderen door de snoeppot en chipszak voortaan dicht te houden. Of het kind in kwestie krijgt een schuldgevoel aangepraat. Maar daar schiet niemand iets mee op. Sterker nog: grote kans dat zoon of dochter, op zoek naar troost, meer ongezond gaat eten. “De reep chocola om je verdriet weg te eten,” noemt Snoek1 het. Bovendien zijn tieners van ontevreden ouders ongelukkiger met hun lijf. En dat kan weer leiden tot eetstoornissen2 of zelfmoord3. Psychologische druk werkt dus averechts.

Ironisch genoeg leidt het verbieden van snoep of het hameren op gewicht niet tot dunnere kinderen.
En dunner worden de pubers er ook al niet van, ontdekte Snoek. Zelfs degenen die toch meer gingen lijnen, vielen niet af. Dat lijnen is trouwens niet ‘besmettelijk’ – als de ouders veel lijnen, zijn de kinderen niet automatisch ook op dieet. Snoek: “Het is ook niet zo dat ouders die zelf erg bezig zijn met hun éigen gewicht, hun kinderen een negatief zelfbeeld bezorgen. Het gaat er meer om hoe ze met hun kinderen omgaan.”
Teveel nadruk op overgewicht
In het Kennislinkartikel Uit angst voor een dik kind maakten wetenschappers zich al eerder zorgen over de focus die we in Nederland tegenwoordig leggen op het gewicht van kinderen. “Op overgewicht rust een negatief stigma, waar ook kinderen onder lijden,” zei ethicus Marieke ten Have. Professor Inez de Beaufort voegde daaraan toe: “Te veel nadruk leggen op een gezond gewicht en een slanke lijn zou een toename kunnen veroorzaken van anorexia onder pubers, een kwetsbare groep voor wie ‘uiterlijk’ en ‘identiteit’ sterk zijn verbonden.”

Dit verbieden helpt niet. Mopperen maakt het alleen maar erger. “Voor ouders is het de grote uitdaging om hun kinderen te stimuleren een gezond gewicht te bereiken zonder hierbij de lichaamsontevredenheid van hun kinderen te vergroten,” aldus Snoek.
Bronnen
1 Snoek, Hariette (2010). Families on the balance: eating behaviour and weight status of adolescents and their families. Proefschrift Radboud Universiteit.
