Internet als primaire levensbehoefte

Hoe meer autistische trekjes je hebt, hoe groter de kans dat je vervalt in dwangmatig internetgebruik. Dit ontdekten relatieonderzoeker Catrin Finkenauer en haar collega’s van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hoewel dit geldt voor mannen en vrouwen, komen de mannen er slechter vanaf: zij vertonen meer autistische trekjes én raken makkelijker verslaafd aan de virtuele wereld.

door

Internetverslaving

Internetverslaving. Flickr.com

In 2010 zat ruim 88 procent van de Nederlanders regelmatig op het internet, terwijl dit in 2006 nog maar 65 procent was. Ook hebben meer dan 15 miljoen Hollanders inmiddels een Facebook-account. Geef het maar toe: internetgebruik is een primaire levensbehoefte geworden. We kunnen niet meer zonder: na een goede nachtrust en een lekker ontbijt zet iedereen automatisch de computer aan.

Deze gewoonte kan naar het ongezonde omslaan. Blijf je steeds vaker hangen achter je computer terwijl je je had voorgenomen om te stoppen? Word je onrustig van de gedachte een aantal uur offline te moeten doorbrengen? Of merk je dat je sociale leven zich langzaam verplaatst naar de chatbox, YouTube of je vaste vrienden van World of Warcraft? Dan is er sprake van dwangmatig internetgebruik, of zelfs internetverslaving.

Digitaal sociaal

Hoe kwetsbaar jij hiervoor bent, is te voorspellen aan de hand van jouw communicatieve vaardigheden in het echte leven – hoe stevig jij sociaal gezien in je schoenen staat. Mensen met autistische karaktertrekjes vinden het vaak lastig om sociale situaties snel in te schatten en gepast te reageren.

Dit is nog stressvoller wanneer er ook oogcontact met de gesprekspartner moet worden onderhouden. Voor hen biedt het internet uitkomst: ze voelen zich veilig in deze sociaal minder complexe wereld. De communicatie is gestructureerd, voorspelbaar en biedt alle tijd om na te denken over een gepast antwoord.

Catrin_20recente_20foto_20vu_20klein_tcm108-226168

Catrin Finkenauer, relatieonderzoekster aan de VU in Amsterdam. VU

Zijn we allemaal autist?

Autistische trekjes hebben we volgens relatieonderzoekster Catrin Finkenauer allemaal wel een beetje; de mate waarin verschilt alleen per persoon. “We meten psychologische problemen altijd op een continuüm. Net als dat een sombere periode niet meteen betekent dat je in een depressie bent beland, bewijst het vermijden van sociale interacties ook niet per se dat je autistisch bent. Maar, misschien wel dat je soms daartoe neígt. Zeg het maar, wat vind je fijner: je baas een mail sturen over een probleem of persoonlijk even langs gaan?”

Finkenauer en haar collega’s van de Vrije Universiteit onderzochten, met steun van NWO, in hoeverre dwangmatig internetgebruik verschilt onder gezonde mensen, en of dat inderdaad afhankelijk is van hun autistische karaktertrekjes. De psychologe verzamelde 195 Nederlandse stelletjes uit acht verschillende gemeentes, en legde hun twee vragenlijsten voor.

De eerste peilde de mate van autisme, door vragen als: ‘Ik vind het lastig de intenties van anderen in te schatten’, of: ‘Getallen fascineren mij’. De tweede vragenlijst stelde vast of er sprake is van dwangmatig internetgebruik: ‘Voelt u zich rusteloos, slechtgehumeurd of geïrriteerd wanneer u niet kunt internetten?’ Of: ‘Verwaarloost u uw werk en/of dagelijkse verplichtingen omdat u liever op het internet surft?’ Precies één jaar later legde Finkenaur dezelfde vragenlijsten weer voor aan de proefpersonen, en keek ze hoe onze internetcultuur deze stelletjes heeft beïnvloed.

Dwangmatige mannen

Mannen scoorden altijd – zowel in het begin als na een jaar – hoger dan vrouwen op autistische trekjes én dwangmatig internetgebruik. Maar bij beide seksen was het duidelijk: hoe meer autistische trekjes, hoe sterker de neiging tot internetverslaving.

Internetverslavingii

Lekker surfen op de computer. Flickr.com

Finkenauer wijst op het vroege stadium van de resultaten: “Dit onderzoek toont alleen een correlatie – een samenhang – aan tussen autisme en internetgedrag; de specifieke relatie moet nog onderzocht worden.” Toch geeft dit al te denken. “Tot nu toe dachten we dat internet niets dan goeds kon brengen voor (licht) autistische mensen. Handig toch, zo’n wereld waar ook zij zich zeker voelen en actief netwerken?” Nu ziet ze de ontwikkeling omslaan naar het negatieve. “Het internet wordt eigenlijk té aantrekkelijk. We hebben nu bewezen dat deze groep mensen het risico loopt achter hun computer te verdwijnen. Straks vervreemden ze helemaal van de echte wereld.”

Finkenauer bespeurt bij zichzelf ook enige dwangmatigheid. “Ach ja, eigenlijk zijn we allemaal wel eens willoos slachtoffer van onze internetcultuur. Ik voel me persoonlijk ook erg ongemakkelijk bij het idee dat ik een middag niet bij mijn email kan. Belangrijk is om deze drang te herkennen en mentaal de strijd aan te gaan met jezelf.”

Bron:

C. Finkenauer, M. Pollmann, S. Begeer en P. Kerkhof: Brief report: Examining the link between autistic traits and compulsive internet use in a non-clinical sample, Journal of Autism and Developmental Disorders, oktober 2012

Zie ook: