Liefde in brieven

De dramatische liefdesgeschiedenis van Abelard en Heloïse is in de middeleeuwen bezongen in talloze gedichten, romans, toneelstukken en opera’s. Dat hun liefdesbrieven, geschreven in het begin van de twaalfde eeuw, bewaard zijn gebleven werd acht eeuwen later pas ontdekt.

door

In het jaar 2000 was het hot news onder middeleeuwenexperts of mediëvisten. De liefdesbrieven van de middeleeuwse filosoof Abelard (1079-1142) en zijn begaafde studente Heloïse (1098-1164) bleken nog te bestaan. De liefdesgeschiedenis van Abelard en Heloïse werd in de middeleeuwen bezongen in talloze gedichten, romans, toneelstukken en opera’s.

Anonieme brieven

Rond 1970 bestudeerde een Duitse promovendus, Ewald Könsgen, een vijftiende-eeuws handschrift dat afkomstig was uit de bibliotheek van het in 115 gestichte Franse klooster Clairvaux. Dit handschrift was een bloemlezing van Latijnse brieven, samengesteld door ‘broeder Johannes de Vepria’, een vroege humanist. Onderdeel van de bundel was een verzameling van honderddertien twaalfde-eeuwse liefdesbrieven waarin geen namen genoemd werden. De stijl van de brieven deed vermoeden dat het om de liefdesbrieven van de beroemde Abelard en Heloïse ging. Toch durfde Ewald Könsgen hier in zijn uitgave van de brieven in 1974 nog geen harde beweringen over te doen. Dat had waarschijnlijk ook te maken met de commotie die al eerder was ontstaan over de echtheid van de brieven, opgenomen in Abelards biografische werk ‘Geschiedenis van mijn rampzalige lotgevallen’ uit 1132.

Abelard: “Alles wat lieflijk is in de natuur moet in jou gevloeid zijn, want waar ik mij ook wend of keer, ik vind niets dat me genoegen schenkt, behalve als ik jou vind. Alleen als ik jouw beeld voor ogen heb, leef ik, voel ik, denk ik, ben ik gelukkig, vergeet ik alle moeilijkheden, ben ik opgewassen tegen alle taken…”
Heloïse: “O hoe hardvochtig zijn mannen toch! Hoe waar is het spreekwoord dat zegt dat de oprechtheid van een man is vastgehecht aan een dobbelsteen… Het is hoog tijd, liefste, dat we ophouden met deze bittere en droevige discussies. Daarom, mijn enige, schrijf mij iets vreugdevols, zing een vrolijk lied, geniet van het leven!”

Heloïse-woorden

Pas in 2000 werd de echtheid van de laatst genoemde brieven niet meer in twijfel getrokken. In dit jaar deed de Australische mediëvist Constant J. Mews opnieuw onderzoek naar de liefdesbrieven. Het natrekken van de echtheid van de brieven werd vooral bemoeilijkt door de veranderingen die de copiist – Johannes De Vepria – had aangebracht. Deze had bij het overschrijven de meeste persoonlijke details weggelaten. Toch was het vrij duidelijk dat het een correspondentie betrof tussen een beroemd filosofiedocent en een studente en dat beiden over een goeie pen beschikten. Bovendien kenmerkten de brieven van Heloïse zich door een zeer persoonlijke schrijfstijl. Heloïse stond bekend om haar liefde voor zeldzame en zelfgecreëerde woorden, ook wel Heloïse-woorden. Zij liet hiermee zien niet zomaar een studente te zijn maar, zoals Abelard het verwoordde in een van zijn brieven, “de enige met een dergelijke rijkdom aan talenten”.

Abelard: “Alles wat ik kan is voor jou. Laten we alles delen: jij bent mij en ik ben jou…”
Heloïse: “Je weet toch, o jij die het grootste deel van mijn ziel bent, je weet toch dat mensen om allerlei redenen van elkaar houden, maar dat geen enkele vriendschap zo duurzaam is als vriendschap die voortkomt uit oprechtheid en goedheid en uit diepe genegenheid. Ik geloof niet aan liefde van mensen die elkaar beminnen om luxe en plezier… Mijn liefde voor jou is een verbond van een geheel andere aard… Ik heb in jou gevonden – en daarom houd ik van je – het grootste en bijzonderste goed dat er bestaat.”

De liefdesaffaire

De correspondentie tussen Abelard en Heloïse vindt plaats tussen 1115 en 1117, de jaren waarin Heloïse in het huis van haar oom privé-onderricht krijgt van Abelard. Heloïse is dan begin twintig en Abelard is zevenendertig. Toch valt zij als een blok voor deze welbespraakte docent die inmiddels grote naam heeft gemaakt als dichter. Zij is een welbelezen studente en verwijst in haar liefdesbrieven aan hem veelvuldig naar bijbelteksten, uitspraken van beroemde filosofen en klassieke dichters. Toch mag hun liefdesaffaire niet lang duren. Als Heloïses oom erachter komt, moeten zij een einde maken aan hun relatie. Heloïse blijkt echter zwanger en vlucht naar Abelards zus in Bretagne. Daar bevalt zij van hun zoon Astrolabe, die zij in Bretagne achterlaat. In het geheim trouwt Heloïse in Parijs met Abelard. Maar als haar oom dit te weten komt is hij zo kwaad dat hij Abelard laat castreren. Na deze gruwelijke daad trekken zowel Heloïse als Abelard zich terug in een klooster. Heloïse wordt abdis van het klooster De Paracleet; Abelard wordt abt van het Bretonse klooster Sint-Gildas. De liefde houdt enkel stand in de brieven die zij elkaar blijven schrijven.

Hoofsheid

Het thema van verboden of onmogelijke liefde speelt in veel Middelnederlandse verhalen een rol. Men spreekt ook wel van hoofse liefde: de onvoorwaardelijke liefde van een man (meestal een ridder) voor een (meestal gehuwde) vrouw. Het gaat meestal om een puur platonische relatie, een relatie dus waar geen seks aan te pas komt. Het bekendste middeleeuwse liefdespaar is waarschijnlijk wel Tristan en Isolde. Ook met hen loopt het niet goed af. In dit verhaal moet de Ierse Isolde tegen haar zin trouwen met de oudere koning Mark van Cornwall. Ze wordt echter verliefd op ridder Tristan. Hun poging om samen zelfmoord te plegen mislukt in het geheel wanneer het gifdrankje dat zij samen drinken een liefdesdrankje blijkt te zijn. Wanneer Mark van Cornwall achter hun geheime affaire komt eindigt het verhaal in een tragedie. Tristan raakt dodelijk verwond en Isolde sterft van verdriet.

zie ook: