Liever snijden dan prikken

Vaccinatie kan per direct castratie van varkens vervangen. Maar overheid, varkenssector en dierenbeschermers willen er niet aan. ‘Die angst is ongegrond, je moet de consument gewoon voorlichten.’

door

Onverdoofd castreren is al decennia gemeengoed in de varkenshouderij, maar nu pas lijken politiek en maatschappij het niet meer te accepteren. Wie foto’s van de ingreep ziet, kan dat wel begrijpen. De varkenshouder maakt met een scalpel een snede van twee centimeter in de huid van de balzak van de mannetjesbig, duwt de testikels naar buiten, snijdt of trekt de zaadleiders door, en zet tot slot het dier zonder hechtingen terug in het hok. En dat alles onverdoofd, bij vol bewustzijn. Gecastreerde dieren – nog geen zeven dagen oud – vertonen dagen na de ingreep afwijkend gedrag en kampen met een tijdelijke groeivertraging.

Begrijpelijk dus dat de roep uit de Tweede Kamer om voor 2010 tot een algeheel verbod op onverdoofd castreren te komen steeds luider wordt. Maar tegelijkertijd wil niemand varkensvlees met berengeur – een mengeling van urine- en zweetlucht – in de koekenpan. Want dat is precies de reden van de castratie: het voorkomen dat berengeur veroorzakende stoffen – androstenon en skatol – zich in het vet ophopen. Androstenon is een geslachtshormoon, skatol een afbraakproduct dat door bacteriën in de darmen wordt gevormd.

Onlangs maakte Animal Sciences Group van Wageningen UR bekend dat ze in opdracht van het ministerie van LNV onderzoek gaat doen naar een aantal oplossingen. In de eerste plaats is dat gericht op verdovingsmethoden: injectie van lidocaïne in de teelballen, voorafgaand aan de ingreep, en zelfs algehele verdoving met kooldioxide. Maar ook daarmee heeft het dier pijn – achteraf. Een ander project richt zich daarom op de lange termijn en gaat via selectief fokken proberen de productie van berengeur tegen te gaan.

Risico’s

Succes is daarbij niet gegarandeerd. In het verleden is ook geprobeerd via selectieve fok berengeur te bedwingen, via selectie op androstenon. Maar dat had via de hormoonhuishouding van de dieren neveneffecten op de vruchtbaarheid en groeisnelheid. En daarmee op de winstgevendheid van de varkensmesterij.

De nieuwe aanpak zoekt naar genetische merkers die de aanmaak van androstenon tegengaan, danwel de afbraak of uitscheiding ervan bevorderen. De Wageningers stellen dat ze een gen hebben gevonden dat belangrijk is voor de berengeur productie. Varianten van dit gen – die juist voor minder geurproductie zorgen – zouden in de fokkerij van dienst kunnen zijn.

Alle inspanningen en goede hoop ten spijt, er is al een goed werkend alternatief, en het ligt kant en klaar op de plank: immunosterilisatie. Dit is een vaccinatie tegen het neuropeptide GNrH, waarna de ontwikkeling van de teelballen wordt stilgelegd. In Australië worden bijvoorbeeld jaarlijks honderdduizenden mannetjesvarkens gevaccineerd. Farmabedrijf Pfizer kocht enkele jaren geleden de producent van dit vaccin (Improvac) en probeert op dit moment het in Europa geregistreerd te krijgen.

In Nederland is immunosterilisatie lange tijd in beeld geweest. De Raad voor Dieraangelegenheden kwam in januari 2005 nog met een advies over alternatieven voor onverdoofd castreren aan de minister van LNV. Alle alternatieven, ook de technieken die nu onderzocht gaan worden, zijn niet honderd procent betrouwbaar in het voorkomen van berengeur. En castratie onder verdoving levert risico’s en altijd negatieve consequenties voor het varken. Het enige direct inzetbare, bewezen en welzijnsvriendelijke alternatief is immunosterilisatie, concludeerde de Raad.

September van hetzelfde jaar promoveerde dr. ir. Johan Turkstra op onderzoek aan een sterilisatievaccin dat mede door hem bij het toenmalige ID-DLO werd ontwikkeld. Conclusies: tweemaal vaccineren werkt in vrijwel alle gevallen en de uitzonderingen vallen direct op door goed ontwikkelde teelballen. Gevaccineerde dieren groeien zelfs beter dan hun chirurgisch gecastreerde soortgenoten, omdat de hormoonhuishouding de eerste drie tot vier levensmaanden ongemoeid wordt gelaten.

De onderzoeker realiseert zich dat er een prijskaartje aan vaccineren hangt. Turkstra: ‘Het vraagt twee injecties, eentje op een leeftijd van tien weken en de tweede bij achttien weken. Dat kost geld en moet door een dierenarts worden uitgevoerd. Maar ook verdoofd castreren brengt kosten met zich mee, en het is nadeliger voor het dier.’

Een andere kwestie is de associatie tussen vlees en hormonen, waarvoor de sector huiverig is. ‘Die associatie is onterecht. Vaccineren grijpt inderdaad in in de hormoonhuishouding, maar de hormonen worden juist niet meer gemaakt. Immunosterilisatie zorgt juist voor hormoon-arm vlees. We zijn toentertijd langs geweest bij LTO en de Dierenbescherming. Ze zijn niet echt tegen, maar zolang er andere alternatieven worden onderzocht, kiezen ze daar voor.’

Hetzelfde geldt voor de overheid. De minister van LNV reageerde afwijzend op het advies. Veerman vond dat ‘acceptatie door de consument essentieel is’, bovendien zouden er zaken rond deze methode nog onbekend zijn, waarmee hij immunosterilisatie op korte termijn niet ziet ‘als een reëel alternatief’. En daarmee was de kous af. Turkstra’s proefschrift is nog naar het ministerie gestuurd, maar de daarop volgende stilte is kenmerkend voor de benadering van dit onderwerp.

De onderzoeker werkt inmiddels bij PepScan, een spin-off van het vaccinonderzoek van het ID-DLO. De vaccinstrategie wordt nu door PepScan ingezet als behandeling voor prostaatkanker; het immunologisch stilleggen van de testosteronproductie laat de tumor slinken. Dit jaar zijn proeven begonnen met patiënten. Turkstra: ‘We doen niets meer aan het varkensvaccin. We bezitten nog wel de patenten en hebben geregeld veterinair farmaceutische bedrijven over de vloer gehad, maar zolang niet duidelijk is of de sector het wil gebruiken, zullen ze er geen geld insteken.’

Operatiewond

De varkenssector is volgens Turkstra vooral bevreesd voor de reactie van de consument. ‘Maar daar is nog nooit onderzoek naar gedaan.’ Net zoals het idee dat sporen van het vaccin in het vlees terecht zouden kunnen komen. Zo’n vaccin zou niet eens worden toegelaten, zegt Turkstra. Zelfs als zou dat wel het geval zou zijn, dan gaat het om een eiwitvaccin, en die eiwitten gaan stuk bij verhitting en worden gewoon afgebroken bij de vertering. ‘Die angst is dus ongegrond, je moet de consument gewoon voorlichten.’

Dertig maart dit jaar reageerde de nieuwe minister van LNV, Gerda Verburg, op een aantal kamermoties. Ze streeft naar een verbod op berencastratie, ‘hetzij door detectie aan de slachtlijn, hetzij anderszins.’ Het Landbouw Economisch Instituut mag de alternatieven nogmaals in kaart brengen. Het rapport wordt over een paar maanden verwacht.

Volgens Turkstra hebben alle alternatieven nadelen. Verlaging van het slachtgewicht van 110 naar 85 kilo vermindert weliswaar het aantal mannetjesdieren met berengeur, maar vijf procent van de karkassen stinkt nog steeds. Dus moet aan de slachtlijn snelle en betrouwbare androstenon- en skatoldetectie plaatsvinden. En die methode is nog niet voorhanden. Prikken met een injectienaald in de testikels om te verdoven levert veel pijn, en algehele verdoving is duur en een veterinaire ingreep die een arts moet uitvoeren. En dan blijft er de napijn van de operatiewond.

Tot slot fokkerij op berengeurarme varkens: als de strategie werkt, dan duurt het jaren voordat de eigenschap in alle varkensrassen is ingekruist. Wie op korte termijn iets wil veranderen, hoeft eigenlijk niet lang na te denken, vindt Turkstra: ‘De keuze lijkt mij voor de hand liggen: berengeurvrij met een ingrijpende operatie of twee kleine prikjes.’