Wetenschap op Holland Doc 24: Secrets of the sexes
Vrouwen kunnen net zo goed kaartlezen als mannen, mannen zijn net zo zorgzaam als vrouwen en mannen en vrouwen denken even vaak aan seks. Of niet? Drie maandagen lang bij Wetenschap op Holland Doc 24: ‘Secrets of the sexes’, waar mannen, vrouwen en stellen aan allerlei experimenten en tests worden onderworpen, om te zien welke vooroordelen kloppen en welke toch echt mythes zijn.
Wetenschap op Holland Doc 24: Secrets of the sexes
Holland Doc 24 is hét documentaireplatform van de publieke omroep. Het bestaat uit het televisieprogramma Holland Doc op Nederland 2, Holland Doc Radio op Radio 1, het digitale kanaal Holland Doc 24 en de website hollanddoc.nl.
Man-vrouwverschillen
John Gray verdient er tien miljoen dollar per jaar aan: het feit dat mannen en vrouwen volgens hem zo verschillend zijn, dat ze net zo goed van andere planeten hadden kunnen komen. Dat laatste is natuurlijk niet het geval. We zijn allemaal geëvolueerd op aarde en de uitdagingen die we tijdens die evolutie tegenkwamen hebben bepaald hoe onze genen en hersenen er nu bij staan. Aan de andere kant zijn we natuurlijk geen oermensen meer, met al die moderne fratsen als wetenschap, filosofie en techniek. Als we kijken naar mannen en vrouwen gaat de discussie vooral over wat een grotere rol speelt: die moderne fratsen of onze oeroude genen? Nurture of nature?
Normaal gesproken kijken wetenschappers bij nature-nurturevraagstukken naar eeneiige tweelingen, bij voorkeur tweelingen waarvan de broers of zussen gescheiden worden opgevoed. Die tweelingen zijn namelijk qua genen voor 100 procent aan elkaar gelijk, maar de omgeving waarin ze opgroeien is verschillend. Door te berekenen in hoeverre ze toch overeenkomen, kun je te weten komen of een eigenschap erfelijk is of niet. Er is alleen een probleem: er zijn natuurlijk geen eeneiige tweelingen waarvan de een een jongetje is en de ander een meisje. En daarom zijn we er juist op dit gebied nog steeds niet definitief uit of mannen en vrouwen nu verschillen omdat ze anders worden opgevoed, of omdat ze zo zijn geëvolueerd.
Evolutie: hij uit jagen, zij in de grot?
Sommige wetenschappers (zoals Steven Pinker en David Buss) denken dat moderne mannen en vrouwen zich anders voelen en gedragen omdat ze in de toekomst andere rollen hadden. De oerman had, in hun lezing, als voornaamste taak om uit jagen te gaan en eten te verschaffen aan zijn gezin. De oervrouw zorgde ondertussen voor de kinderen en verzamelde vruchten en noten als aanvulling op het maal.
Waarom mannen en vrouwen even goed kunnen inparkeren…
…maar vrouwen wat meer oefening nodig hebben. In essentie zijn onze hersenen niet veranderd sinds onze voorouders in de prehistorie leefden in nomadische stammen en jaagden (de mannen) en verzamelden (de vrouwen) om te overleven. Maar welke rol spelen die prehistorische hersenen van ons als we kijken naar verschillen tussen de moderne man en vrouw?
Het stenen plafond
De mannen gaan samen uit jagen, terwijl groepjes vrouwen met hun kinderen als aanvulling op dit gezinsmaal de vruchten en noten verzamelen. Dit is het beeld dat we voor ons zien als we denken aan het prehistorische leven van onze voorouders. Maar met wetenschap heeft het weinig te maken: onze visie op de oertijd is – zonder dat we het weten – bijzonder politiek gekleurd.
Uit eten in de steentijd
De evolutie van ons brein en ons prehistorische eetpatroon hangen nauw samen. Veel wetenschappers denken we ongeveer tegelijkertijd vlees gingen eten en een grotere hersenpan kregen. Maar hoe kwamen we aan dat vlees? Het beeld van de jagende man die voor vrouw en kinderen een prooi naar zijn hol sleept, blijkt eenzijdig en ouderwets. Hoe komen wij dan wel aan onze grotere hersenen – en wat verklaart dus ons succes als diersoort?
Opvoeding: hij een auto, zij een pop?
Veel feministische wetenschappers denken dat juist de opvoeding zorgt voor grote verschillen tussen mannen en vrouwen. Jongens en meisjes worden niet met andere hersenen geboren, maar zijn dan juist nog hetzelfde. Man-vrouwverschillen ontstaan omdat we haar een pop geven en hem een auto.
Jongetjesaap speelt liever met autootjes
Bij zowel rhesusapen als mensen spelen jongetjes het liefst met autootjes en ander bewegend speelgoed, terwijl meisjes al het speelgoed even leuk vinden. Dat is een aanwijzing dat speelgoedvoorkeur niet is aangeleerd, maar bijvoorbeeld wordt bepaald door de hormonen waaraan een foetus in de baarmoeder is blootgesteld. Waarom jongetjes juist voor de autootjes gaan en meisjes niet uitsluitend poppen leuk vinden, blijft onduidelijk.
Pril sekseverschil in ruimtelijk inzicht
Een jongetjesbaby van 3-5 maanden kan al beter in gedachten een blokje roteren dan een meisje van dezelfde leeftijd. Dat sekseverschil heeft echter niets te maken met onze prehistorische voorouders: het idee dat jongens en mannen beter scoren op ruimtelijk inzicht doordat hun voorvaderen deze vaardigheid nodig hadden bij de jacht is onzin, menen de onderzoekers. Zij denken dat hormonen en vooral een andere opvoeding vanaf de prilste jeugd het verschil maken.
Verschillende opvoeding voor jongens en meisjes?
Martine Delfos pleit in haar boek ‘De schoonheid van het verschil’ voor een andere opvoeding van jongens en meisjes. Immers: mannen en vrouwen zijn ook verschillend, en dat is biologisch bepaald en onveranderlijk. Maar klopt die redering van Delfos eigenlijk wel, of zijn er alternatieve conclusies en nuanceringen mogelijk?
Op school: hij goed in wiskunde, zij goed in taal?
Eenmaal op school blijkt dat jongens en meisjes niet precies hetzelfde presteren in de vakken rekenen (later: wiskunde) en taal. Daarvoor zijn twee mogelijke verklaringen. De eerste: jongens hebben van nature een brein dat beter is wiskunde, bijvoorbeeld omdat in de oertijd mannen uit jagen gingen en daarvoor een superieur ruimtelijk inzicht nodig hadden, terwijl vrouwen vooral sociaal invoelend en communicatief moesten zijn ten behoeve van de opvoeding van de kinderen. Een andere verklaring is dat we zo overtuigd zijn van dit idee, dat we de verschillen tussen jongens en meisjes onbewust zelf creëren. Dit gebeurt bijvoorbeeld als we (zonder erbij stil te staan) een meisje dat erg goed is in wiskunde als ‘ijverig’ beschrijven, terwijl een jongen met even goede cijfers ‘talent’ heeft.
Waar zijn de wiskundevrouwen?
In de bètawetenschappen zijn vrouwen zwaar ondervertegenwoordigd. Dat man-vrouw verschil wordt al op de middelbare school gemaakt: meisjes kiezen veel minder vaak voor een profiel dat toegang geeft tot de exacte studies. Maar waarom eigenlijk? De populaire opvatting is dat vrouwen een aangeboren gebrek aan wiskundetalent hebben, maar uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat juist dit vooroordeel de vrouwen parten speelt. Het antwoord op de vraag ‘waar zijn de wiskundevrouwen?’ is in feite: ze waren er wel, maar ze zijn iets anders gaan doen.
Ouderwets idee haalt wiskundeprestaties van moderne schoolmeid onderuit
Goed nieuws: uit een Frans onderzoek blijkt dat de meeste schoolmeisjes niet langer geloven dat vrouwen voor mannen (of jongens) onderdoen in de wiskunde. Slecht nieuws: deze emancipatieslag zorgt niet voor betere prestaties op een wiskundetoets. De meiden laten zich nog steeds beetnemen door het ouderwetse stereotype, alleen nu onbewust. Dat ontdekten twee psychologen van de Université Aix-Marseille.
Wiskundekloof? Gebrek aan emancipatie!
Dat jongens vaak beter zijn in wiskunde dan meisjes, komt niet doordat ze zijn geboren met een beter wiskundebrein. Het verschil hangt samen met de mate van man-vrouwgelijkheid in een land: emancipatie verkleint de wiskundekloof. Voor de leeskloof – waarbij meisjes in het voordeel zijn – geldt die koppeling met cultuur niet. ‘Cijfergevoel’ is wel weer aangeleerd, blijkt uit een ander onderzoek.
Het probleem met de jongens
Het gaat niet goed met de jongens, waarschuwen gedragswetenschappers als Jelle Jolles en Louis Tavecchio: op de basisschool doen ze het slechter dan de meisjes, in het voortgezet onderwijs vallen ze vaker uit en bij het aanmelden voor hbo of universiteit zijn ze in de minderheid. Voltrekt zich een onderwijskundig drama? Of valt het allemaal wel mee?
Eenmaal volwassen: hij werkt, zij zorgt?
In Nederland werken veel meer vrouwen in deeltijd dan mannen. Dit kan komen doordat vrouwen van nature betere verzorgers zijn dan mannen, terwijl mannen competatiever en agressiever zijn en daardoor meer klaarspelen op het werk. Maar het moederschapsideaal is in onze cultuur ook erg sterk aanwezig: een goede mama is veel thuis bij haar kinderen, en vertrekt niet vijf dagen per week naar kantoor.
Het moedergen
Volgens de populaire boeken over man-vrouwverschillen zit bij moeders het zorgen in de genen ingebakken. Helaas krijgen die boeken zowel vanuit de antropologie, de archeologie, de gedragsbiologie als de psychologie ongelijk. Hoe zit het dan wel? Een zorggen lijkt wel degelijk te bestaan, maar is niet exclusief aan mama voorbehouden: papa heeft hem ook.
Mama plus twee
Antropoloog Sarah Blaffer Hrdy schrijft in haar nieuwste boek ‘Een kind heeft vele moeders’ over oeroude zaken: evolutie, apen en prehistorische voorouders. En toch hadden de thema’s niet actueler kunnen zijn. Wat is de rol van papa binnen het gezin? Hoe zag hulp bij de opvoeding er uit vóór bureau jeugdzorg? Kun je als werkende moeder zonder schuldgevoel je kind naar de opvang brengen? En wat zegt dat over onze normen en waarden?
De Nederlandse moeder werkt niet
De meeste Nederlanders vinden dat kinderen niet 40 uur per week op de crèche horen te zitten. Ons land kent een sterke huiselijkheidstraditie, zeggen sociologen. Zo stond tot ver in de jaren vijftig nog in de wet dat getrouwde vrouwen niet buitenshuis mochten werken. Tegenwoordig hebben we de zogenaamde aanrechtsubsidie, die thuisblijven financieel aantrekkelijk maakt. Ook nu nog vinden we blijkbaar dat echte goede moeders niet fulltime buitenshuis horen te werken. Waar komt dit idee toch vandaan? En hoe Nederlands is het eigenlijk?
Hormonen: hij onder invloed van testosteron, zij niet?
Testosteron heeft nogal de naam een mannelijk machohormoon te zijn. Mannen hebben er bovendien veel meer van in hun lijf dan vrouwen. Daarom denken veel wetenschappers dat testosteron zorgt voor sommige belangrijke man-vrouwverschillen, zoals het sekseverschil in agressiviteit. Andere wetenschappers denken dat dit een fabeltje is, bijvoorbeeld omdat we uit onderzoek weten dat testosteron ook bij vrouwen hun gedrag beïnvloed.
Je wordt níet agressief van testosteron
Testosteron heeft een imagoprobleem. We denken allemaal dat dit hormoon zorgt voor agressie en geweld. Maar is dat wel zo? Het antwoord is nee, blijkt uit nieuw onderzoek. Dit doet het wel: testosteron zorgt er in plaats daarvan voor dat je op jacht gaat naar meer status. En de link tussen testosteron en geweld? Dat blijkt een vooroordeel. Maar juist dit vooroordeel stuurt ons gedrag en bezorgt een tamelijk onschuldig hormoon een slechte naam…
Vraag je vrouw maar waar de sleutels zijn
Vrouwen hebben een beter geheugen voor de plaats van een voorwerp dan mannen. Zo weten ze bijvoorbeeld beter waar de sleutelbos is gebleven. Het verschil zit hem waarschijnlijk ‘in de hormonen’. Maar wat de relatie tussen dit en andere vormen van ruimtelijk inzicht en geslachtshormonen precies is, blijft nog onduidelijk.
Tussen de oren: hij een rationeel brein, zij een emotioneel brein?
Het idee dat mannen rationeler zijn en vrouwen emotioneler, is al minstens zo oud als Aristoteles. Evolutiepsychologen denken dat dit komt doordat vrouwen vroeger meer met kinderen en sociale zaken bezig waren: een emotionele antenne is dan niet onhandig. Andere onderzoekers wijzer erop dat je helemaal niet kunt spreken van een ‘typisch’ vrouwenbrein of een ‘typisch’ mannenbrein. Al was het alleen al omdat onze hersenen zich erg gemakkelijk aanpassen aan de omstandigheden, zodat ze ons hele leven lang flexibel genoeg zijn om te blijven leren.
Vrouwenbrein heeft andere software
Vrouwen kunnen beter ‘multi-tasken’, maar ze hebben ook vaker last van overbeweeglijkheid bij de ziekte van Parkinson, dystonie, chronische pijn, angststoornissen en depressies. Prof.dr. J.J. van Hilten denkt dat het vrouwelijk zenuwstelsel andere software heeft. Op 23 mei hield hij zijn oratie.
Meisjesrat krijgt mannenbrein
Wat gebeurt er als je een meisjesrat behandelt als een jongetjesrat? Ze krijgt een mannenbrein. In de hypothalamus troffen drie Amerikaanse psychologen ‘mannelijk weinig’ oestrogeenreceptoren aan. De andere opvoeding bleek in te grijpen op DNA-niveau: sommige genen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van het brein bleven bij de vrouwtjesratten ongebruikt.
Stereotypen: zijn hij en zij meer gelijk dan verschillend?
Er is natuurlijk nog een derde optie in het nature-nurturedebat: het idee dat mannen en vrouwen helemaal niet zoveel van elkaar verschillen als John Gray en consorten ons willen doen geloven. Eigenlijk zijn alle wetenschappers het hier wel een beetje mee eens. De verschillen tussen de mannen en vrouwen (als groep) zijn namelijk erg veel kleiner dan de verschillen tussen individuen onderling. Als je een willekeurige man en vrouw van de straat plukt, kan het dus zomaar zijn dan hij veel empathischer is, en zij veel agressiever. Waarom maken we ons dan zo druk over man-vrouwverschillen? Misschien komt het omdat stereotypen (m/v) een belangrijke rol spelen in onze cultuur.
Het idee m/v
Als we de populaire psychologieboeken mogen geloven zit het zo: man-vrouwverschillen zitten in onze genen en zijn dus aangeboren. Maar in haar boek Het idee m/v laat wetenschapsjournalist Asha ten Broeke op basis nieuwe inzichten uit de hersenwetenschap en epigenetica zien dat we die verschillen tijdens de opvoeding zelf creëren, doordat we onze zonen en dochters van kleins af aan anders opvoeden.
De echte vrouw bestaat niet
Ineens liep ze daar, sneller dan alle andere vrouwen: Caster Semenya. Maar haar plotselinge succes op de 800 meter en haar mannelijke bouw riepen vragen op. Is ze wel een echte vrouw? Om daar achter te komen ondergaat ze deze weken een serie tests, waaronder psychologische. Die moeite had de atletiekbond zich kunnen besparen: Semenya is geen echte vrouw. Die bestaat namelijk niet.