Mannentaal en vrouwenpraat

Over verschillen in spreekstijl

Mannen en vrouwen praten verschillend: ze hebben een andere spreekstijl en gebruiken andere woorden. Dit ontdekte Karen Keune met behulp van een uitgebreide corpusstudie. Zij promoveert op 15 oktober aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Een corpus is een grote verzameling van geschreven of gesproken tekst. Keune onderzocht met het Corpus Gesproken Nederlands de effecten van sociale achtergrond (leeftijd, geslacht, opleiding) op woordkeuze. Ze concludeert dat vrouwen over het algemeen een betrokken spreekstijl hebben, met relatief veel werkwoorden en veelvoorkomende woorden. Mannen praten daarentegen informatiever en gebruiken meer zelfstandige naamwoorden en unieke woorden.

Keune vergeleek in totaal vierentwintig groepen sprekers met elkaar. “Ik had vooraf geen hypothese over de mogelijke verschillen. Ik heb echt gekeken naar wat er uit het materiaal naar voren kwam.”

Mannentaal_vrouwenpraat
Radboud Universiteit

Naast het effect van geslacht vond zij effecten voor leeftijd en opleidingsniveau. Hoogopgeleide, oudere mannen spreken bijvoorbeeld het meest informatief. In toekomstig taalonderzoek kan dus niet meer worden uitgegaan van één standaardspreker zoals nu soms de gewoonte is. Keune toont aan dat deze standaard niet bestaat en dat de individuele sociale achtergrond een duidelijke rol speelt in de eigenschappen van spraak.

92_voorbeeld_1

Voorbeeld 1: Meest gebruikte woorden
Keune bekeek de tachtig meest gebruikte woorden en vergeleek daarbij Nederlandse hoogopgeleide mannen en vrouwen. Ze concludeert dat mannen de woorden je en d’r vaker gebruiken en vrouwen de woorden ik en hij. Mannen zeggen vaak uh en uhm, vrouwen juist oh. Ook zeggen mannen over het algemeen vaker ja en nee en gebruiken ze meer lidwoorden. Dit hangt samen met het feit dat ze meer zelfstandige naamwoorden gebruiken.

92_voorbeeld_2

Voorbeeld 2: Woorden op -lijk
Daarnaast bekeek Keune in dezelfde groep welke 32 woorden eindigend op ‘-lijk’ het meest gebruikt worden en door wie. Mannen nemen het vaakst tamelijk, onmiddellijk en ongelofelijk, feitelijk en duidelijk in de mond. Vrouwen gebruiken dadelijk, vriendelijk en lelijk, vrolijk, eindelijk en verschrikkelijk het meest.

Bron:

Karen Keune, Explaining register and sociolinguistic variation in the lexicon: Corpus studies on Dutch, Radboud Universiteit 2012. Proefschrift hier te downloaden.

Zie ook op Kennislink: