Meer autisme in techniekstad Eindhoven?

Zijn de conclusies van Baron-Cohen over stad vol ‘systeemdenkers’ wel gerechtvaardigd?

In Eindhoven wonen veel technisch begaafde mensen én zijn er ruim twee keer zoveel kinderen met autisme dan in Haarlem of Utrecht. Volgens de beroemde autisme-expert Simon Baron-Cohen hebben die twee dingen met elkaar te maken. Maar het onderzoek rammelt. Is de conclusie van Baron-Cohen wel gerechtvaardigd?

door

Eindhoven is een bijzondere stad. Dankzij Philips trekken er al sinds 1891 mensen met een technische achtergrond naartoe. In de stad heeft dan ook dertig procent van de banen iets te maken met techniek, en de regio werd door een internationale denktank uitgeroepen tot de slimste regio ter wereld. Allemaal mooi voor Eindhoven, maar niet voor de kinderen. Tenminste, als we het nieuwe onderzoek van Cambridge hoogleraar Simon Baron-Cohen mogen geloven. Hij publiceerde in de online editie van de Journal of Autism and Developmental Disorder het volgende resultaat: dat kinderen in Eindhoven ruim twee keer zo vaak autisme hebben dan kinderen in Haarlem of Utrecht.1

Tu_eindhoven_onderzoekers_koning_vanderschoot

Eindhovense systeemdenkers in actie. Bart van Overbeeke

Baron-Cohen verklaart dit zo. Mensen die goed zijn in een technisch beroep, scoren meestal hoger op een karaktertrek die hij systeemdenken noemt. Systeemdenkers houden van logisch redeneren en zijn meer rationeel dan emotioneel en empathisch. Allemaal trekjes die iemand met autisme ook heeft. Autisten zijn er alleen veel extremer in.

Maar een kind met autisme komt volgens Baron-Cohen niet uit de lucht vallen. Hij denkt dat als twee technische systeemdenkers samen een kind krijgen, de kans veel groter is dat dit kind autisme heeft dan wanneer twee – noem maar wat – psychologen een kind krijgen. Dat het aantal kinderen met autisme in Eindhoven veel hoger is dan in minder technische regio’s in Nederland, ziet hij als bewijs voor die theorie.

Gekozen om een gerucht

Oxford-professor Dorothy Bishop zet op haar blog echter wat kanttekeningen bij het onderzoek van Baron-Cohen.2 Zo schrijft ze dat Baron-Cohen en zijn collega’s toegeven dat ze juist Eindhoven als techniekstad hadden uitgekozen (en bijvoorbeeld niet Delft of Enschede) omdat ze hadden gehoord dat autisme daar extra vaak voorkwam.

De keuze voor de regio Eindhoven was in eerste instantie dus helemaal niet gebaseerd op de aanwezigheid van Philips, of dat het de slimste stad van de wereld was, of andere objectieve criteria, maar op een gerucht dat de autismecijfers daar hoog waren. Als het onderzoek dan vervolgens inderdaad ontdekt dat er onder Eindhovense kinderen veel autisme voorkomt, is het maar de vraag of dat nog zeggingskracht heeft.

Bovendien, vertelt Bishop, is er sowieso heel veel variatie tussen verschillende regio’s als het gaat om hoe vaak kinderen de diagnose autisme krijgen. Onderstaande tabel komt uit haar blogpost en laat zien dat het aantal autistische kinderen (kijk onder ASD) in Nottingham meer dan vier keer zo hoog is als in Leeds. Voor de goede orde: in beide steden staat een universiteit, maar geen van beide steden heeft de internationale reputatie een supertechniekstad te zijn. Klaarblijkelijk zit er gewoon veel regionale variatie in hoe vaak de autismediagnose wordt gesteld.

Kinderen_met_autisme_in_engeland

Kinderen met een autismediagnose (ASD) in Groot-Brittannië. Ontleend aan Lindsey (2011).

Andere verklaringen voor regionale verschillen

Rosa Hoekstra, een Nederlandse wetenschapper die betrokken was bij het onderzoek van Baron-Cohen, geeft een aantal mogelijke verklaringen voor de regionale verschillen die hun studie ontdekte. “Autisme is helaas niet zoals een gebroken been”, legt ze uit in NRC Next.6 “Wat in Eindhoven autisme heet, is in Utrecht misschien een serieus leerprobleem.” Dat kan bijvoorbeeld komen doordat in Utrecht relatief meer allochtonen wonen. Onderdiagnose (wat wil zeggen dat er kinderen met autisme rondlopen die niet als zodanig zijn herkend) komt onder allochtonen vaker voor.

Bishop oppert nog een andere verklaring voor de regionale verschillen tussen Eindhoven, Haarlem en Utrecht. Het onderzoek van Baron-Cohen maakte gebruik van de gegevens die de scholen uit de regio’s zelf aanleverden over het aantal autistische kinderen in hun klaslokalen. Maar terwijl van de scholen in Eindhoven 75 procent reageerden, kregen de onderzoekers van de scholen in Utrecht en Haarlem maar respectievelijk in 46 en 50 procent van de gevallen antwoord.

Scheurtjes in Baron-Cohens theorie

De studie van Baron-Cohen bevat dus nogal wat schoonheidsfouten in de uitvoering. Maar ook de theorie erachter vertoont scheurtjes. Zo blijkt uit eerdere onderzoeken bijvoorbeeld dat de ouders van kinderen met autisme zelf helemaal niet altijd hoog scoren op systeemdenken. Sterker nog, er zijn andere ouderlijke karaktertrekken die veel sterker samenhangen met een autistisch kind, zoals milde problemen in de sociale omgang of communicatie.

Meisje-met-microscoop-breed

Is het wel zo dat er meer jongens dan meisjes met autisme zijn? Steeds meer onderzoekers denken dat autisme bij meisjes gewoon minder goed herkend wordt, bijvoorbeeld omdat opvoeding en stereotype denken de symptomen maskeren.

Toch houdt Baron-Cohen vast aan systeemdenken bij ouders als voorspeller van autisme bij kinderen. Dat past ook in zijn theorie. Baron-Cohen denkt namelijk niet alleen dat autisten een soort extreme systeemdenkers zijn, hij denkt ook dat dit betekent dat ze een extreem mannelijk brein hebben.3

De oorzaak daarvoor zoekt hij voor de geboorte; kinderen met autisme zijn mogelijk in de baarmoeder blootgesteld aan abnormale hoeveelheden testosteron. Op het eerste gezicht lijkt de ‘extreem mannelijk brein’-theorie logisch: er zijn veel meer mannen dan vrouwen met de diagnose autisme. En er zijn ook veel meer mannen dan vrouwen in technische beroepen waarbij systeemdenken van pas komt. Maar er worden al jaren vraagtekens bij deze redenering gezet.

Toevalstreffers?

Zo is het verschil in allerlei ‘bèta-vaardigheden’ tussen mannen en vrouwen langzaam aan het verdwijnen. Zelfs onder de toptalenten in de wiskunde (waarvoor logisch denken een eerste vereiste is) zijn er in de VS tegenwoordig evenveel meiden als jongens. De man-vrouwverschillen in ruimtelijk inzicht zijn erg klein, en in sommige tests zijn ze zelfs afwezig of doen de vrouwen het beter dan de mannen.4

De onderzoeken die Simon Baron-Cohen uitvoerde naar de link tussen testosteron en extreem mannelijke autisme-achtige kenmerken zoals geen oogcontact maken en weinig praten waren lang niet vlekkeloos uitgevoerd, analyseert de Amerikaanse wetenschapper Rebecca Jordan-Young in haar boek Brainstorm.5 Bovendien bleken de onderzoeken bij een poging om ze te herhalen niet dezelfde resultaten op te leveren, en dat is in de wetenschap absoluut wel een vereiste om een resultaat serieus te nemen. Anders kan een uitkomst namelijk altijd een toevalstreffer zijn geweest.

De link tussen Eindhoven als techniekstad en kinderen met autisme is dan ook nog maar één keer aangetoond, in een onderzoek dat ook nog eens missers had in de uitvoering. Om daarmee te concluderen dat autisme vaker voorkomt in technische regio’s, en te stellen dat in Eindhoven veel meer autisme voorkomt dan in de rest van Nederland, is dan ook voorbarig. De suggestie die in de media opdook dat talent voor techniek een risicofactor is voor een kind met autisme, is bespottelijk. Er is nog nauwelijks iets concreets dat daarop wijst. Technisch begaafde Eindhovenaren kunnen dus met een gerust hart kindjes blijven maken.

Bronnen:

1 Martine Roelfsema e.a. (2011). Are Autism Spectrum Conditions More Prevalent in an Information-Technology Region? A School-Based Study of Three Regions in the Netherlands. Journal of Autism and Developmental Disorder, online gepubliceerd op 17 juni 2011.

2 Dorothy Bishop (21 juni 2011). Autism diagnosis and hyper-systemizing parents: Nottingham vs. Eindhoven. Verschenen op Bishopblog

3 Simon Baron-Cohen (2003). The essential difference: the truth about the male and female brain. Basic Books. (Lees over dit boek in De Praktijk [pdf])

4 Asha ten Broeke (2010). Het idee m/v: ontmaskering van een hardnekkig denkbeeld (pagina 92-95). Maven Publishing. (Lees over dit boek in Vrij Nederland)

5 Rebecca Jordan-Young (2010). Brainstorm: the flaws in the science of sex differences. Harvard University Press. (Lees over dit boek op Slate.com)

6 Julie Wevers (22 juni 2011). De slimste autisten. Autisme komt vaker voor in hightechregio’s. NRC Next, pagina 21.