Meer te kiezen maakt niet gelukkig

Volgens economen zijn mensen egoisten die uit eigenbelang voorspelbare keuzes maken. Onderzoek van Arno Riedl bewijst dat dit niet altijd het geval is: mensen kiezen lang niet altijd verstandig. Veel keuzes zijn domweg te moeilijk, bijvoorbeeld tussen verzekeringen omdat het er zoveel zijn of tussen pensioenen omdat de consequenties nog zo ver weg zijn. Een belangrijke boodschap vanuit de psychologie voor de economie: meer te kiezen maakt niet gelukkig.


Nee, het standaard economisch model, waarmee economen al decennia het gedrag van consumenten in allerlei economische situaties voorspellen, is niet in zijn geheel een slecht model. Er is zeker beleid, gebaseerd op dit model, dat prima functioneert. Het gaat ervan uit dat mensen ‘narrow-minded selfish material wealth maximizers’ zijn. Egoïsten kortom, die alleen uit zijn op eigenbelang en voorspelbare keuzes maken. Onderzoek van Arno Riedl en collega’s bewijst dat dit niet altijd het geval is. “Voor leken misschien niet verrassend, maar voor economen en beleidsmakers wel. Daarom pleit ik voor een geleidelijke verandering naar een model dat betere voorspellingen doet van menselijk gedrag in economische situaties. En ik vind dat de overheid zich voor deze modellen, die er deels al zijn, moet openstellen.”

De wetenschappelijke stroming waarvan hij deel uitmaakt, het experimenteel economisch gedragsonderzoek, waarbij economen een soort cross-over naar de psychologie maken, is sinds een jaar of vijf sterk in opkomst. De psycholoog Daniel Kahneman, die de Nobelprijs voor de Economie kreeg uitgereikt in 2002, markeerde een doorbraak met zijn onderzoek naar de psychologische drijfveren voor het economische leven. Hoofdboodschap van deze stroming: Consumenten kiezen niet altijd verstandig, zoals economische modellen veronderstellen. “De redenen kunnen heel divers zijn en komen helemaal niet voor in het standaard economisch model”, legt Riedl uit.

Economen denken dat mensen hun keuzes maken op grond van egoïsme en eigenbelang. Het handige van deze aanname is dat het keuzegedrag dus voorspelbaar is. Arno Riedl gooit roet in het eten: consumenten kiezen niet altijd verstandig of voorspelbaar.

Hij draagt bij aan de economische modellen van de toekomst via zijn theoretisch en empirisch onderzoek. Dat richt zich behalve op keuzegedrag ook op ‘samenwerking’. Waarom werken mensen soms samen als egoïstisch gedrag ze meer oplevert? Riedl: “Dat lijkt met emoties te maken te hebben. Emoties zijn belangrijk bij het maken van rationele keuzes, maar soms nemen emoties de overhand, waardoor geen rationele keuze meer mogelijk is. Zo lokt een aardige actie meestal een aardige reactie bij ons op, dat zit diep in onze natuur. Ook als dat soms niet in ons eigen directe belang is.” Via experimenten gebaseerd op de ‘speltheorie’, waarbij proefpersonen voor hun gedrag met echt geld worden beloond om hun motivaties zo natuurgetrouw mogelijk te maken, hoopt Arno Riedl het economisch gedrag van mensen verder uit te diepen.

Zo is het in sommige landen mogelijk voor werknemers om zelf te bepalen hoe en waar ze hun pensioen opbouwen, in plaats van dat het automatisch van hun brutoloon wordt ingehouden. “Op het moment dat je geen keuze maakt, gaat automatisch de ‘defaultkeuze’ in. Daar blijken veel mensen voor te gaan, net zoals mensen voor hun zorgverzekering vaak meedoen aan een collectieve verzekering, zodat ze niet zelf hoeven te kiezen. Als je daadwerkelijk een aantal verzekeringen naast elkaar moet leggen, is dat een enorme taak. Daar beginnen veel mensen liever niet eens aan. Ze kúnnen die keuzes vaak ook niet goed zelf maken.”

Mensen vragen te kiezen tussen een aantal verzekeringen is eigenlijk niet eerlijk. We kúnnen die keuze helemaal niet goed maken. Hetzelfde geldt voor pensioenen. “Minister Zalm en zijn collega’s moeten zich realiseren dat het hebben van veel keuzemogelijkheden, niet automatisch leidt tot meer welzijn.”

Beperkingen

Tijdsafhankelijke keuzes blijken ook lastig voor consumenten. Vandaag sparen voor je pensioen over dertig jaar is voor velen niet te overzien. Arno Riedl stelt vraagtekens bij de grote keuzevrijheid van tegenwoordig. “Het systeem heeft zijn beperkingen. Als mensen nu te weinig sparen voor hun pensioen, zit de overheid over dertig jaar met een probleem. Dan moet de schatkist aangesproken worden om de burgers ‘in leven te houden’. Minister Zalm en zijn collega’s moeten zich realiseren dat het hebben van veel keuzemogelijkheden, niet automatisch leidt tot meer welzijn.”

Het idee dat meer concurrentie en minder regelgeving de consument ten goede komt, is volgens Riedl vooral een materieel uitgangspunt, terwijl de nadruk van overheidsbeleid juist meer op het welzijn van mensen gericht zou moeten zijn. Naar zijn mening komt het stressgevoel in de huidige samenleving ook deels voort uit de enorme keuzemogelijkheden die geboden worden. “Hoeveel vrijheid heb je uiteindelijk als consument? Ik betwijfel of welzijn het meest gebaat is bij de grote keuzevrijheid. Al die keuzes leggen een zware druk op ons, zowel psychologisch als wat betreft tijdsbesteding. Zonder de antwoorden paraat te hebben, vraag ik me af of keuzes maken de beste tijdsbesteding is.”

Klanten vinden het niet prettig om in de supermarkt te moeten kiezen tussen twintig verschillende soorten jam. De enorme hoeveelheid keuzemogelijkheden leggen een zware psychologische druk op ons.

Als voorbeeld haalt hij een experiment aan dat in een supermarkt is gehouden. Klanten kregen eerst drie soorten jam gepresenteerd om uit te kiezen en later twintig verschillende soorten jam. “Dat laatste vonden ze helemaal niet prettig. Drie was meer dan genoeg. Ik vind het belangrijk dat we nadenken wat zinvolle beperkingen zouden zijn in de enorme keuzevrijheid.” Tegelijkertijd beseft hij dat in deze tijd van liberalisme een beperking van keuzevrijheid snel als paternalisme opgevat zou kunnen worden. “Maar het is zeker de moeite waard dat debat te voeren.”