Waar zegt men ik vrijde en waar vree men in de verleden tijd? Waar zegt men ghe voor jij of doe of do? Waar heeft hij zichzelf in de spiegel gezien en waar z’n eigen, of z’n eigen zelf?
Afgelopen maand verschenen de vervolgdelen van twee grote dialectatlassen: de Morfologische Atlas van de Nederlandse Dialecten (MAND) en de Syntactische Atlas van de Nederlandse Dialecten (SAND). De atlassen zijn gekoppeld aan enorme databases waarin de variatie in woord- en zinsvorming in het Nederlandse taalgebied is vastgelegd. De databases zijn vrij toegankelijk via het internet. Daar kun je als onderzoeker je eigen vragen stellen aan het materiaal en zelfs je eigen kaarten maken.

Moderne taalkunde
De Reeks Nederlandse Dialektenatlassen (RND) was de eerste in zijn soort. Deze werd in 1982 voltooid. Net als de moderne dialectatlassen bevatte deze een grote hoeveelheid data. Maar in de MAND en de SAND wordt elk dialectverschijnsel ook besproken in aansluiting bij de moderne taalkundige inzichten. Aan de atlasprojecten namen verschillende universiteiten en onderzoeksinstellingen uit Nederland en Vlaanderen deel. De auteurs van de MAND en SAND kozen ieder hun eigen invalshoek, zodat de atlassen kunnen bogen op een brede taalkundige achtergrond.
Variatie in de zinsbouw
Zowel in Nederland als Vlaanderen werden interviews afgenomen onder honderden dialectsprekers. Hoewel het veldwerk voor de MAND al in de jaren ’80 van de vorige eeuw van start ging, kwam het initiatief voor de SAND pas in 2000 tot stand. Voor die tijd was er weinig belangstelling voor variatie in de Nederlandse zinsbouw. Het Nederlandse dialectenonderzoek beperkte zich voornamelijk tot de woordenschat en de uitspraak. Men geloofde niet dat de Nederlandse dialecten veel van elkaar verschilden op zinsniveau. Het tegendeel bleek waar. De Nederlandse zinsbouw bood een schat aan variatie.
Universele principes
De atlasprojecten zijn uniek in Europa. Toch hopen de auteurs dat buitenlandse taalkundigen hen navolgen. “Pas dan kun je echt gaan vergelijken tussen talen”, aldus Sjef Barbiers, projectleider van de syntactische atlas. Zijn ideaal is een database die alle mogelijke talen en dialecten bevat: om op die manier vast te stellen wat wel en wat niet mogelijk is in taal. Net als veel van zijn collega’s is hij aanhanger van de generatieve taalkunde. Deze gaat uit van een aangeboren taalvermogen bij de mens. Dat betekent dat taal is opgebouwd volgens universele principes. Daarnaast is er ruimte om te variëren. Hoe groot die variatie alleen al is in het Nederlandse taalgebied, laten de MAND en de SAND zien.
- Het topje van de ijsberg (Kennislinkartikel over de SAND deel II)
- Stand in de MAND (Kennislinkartikel over de MAND deel II)
- Meer informatie over de MAND (Meertens Instituut)
- Meer informatie over de SAND (Meertens Instituut)
