Nieuwe media veranderen gebruik stad

De opkomst van digitale en mobiele media heeft belangrijke gevolgen voor de manier waarop mensen stedelijke ruimtes gebruiken en ervaren. Dat blijkt uit onderzoek van promovendus Martijn de Waal van de Rijksuniversiteit Groningen.

Mobiele telefoon

Moderne media vergezellen ons steeds vaker in de stad. Afbeelding: © Tim Parkinson, Wikicommons

De stad als ontmoetingsplek
Het gebruik van onder meer de mobiele telefoon, gps-navigatie en sociale netwerken op de smartphone heeft met name consequenties voor de manier waarop de ‘stedelijke openbaarheid’ functioneert: dié ruimtes in de stad die traditioneel functioneren als ‘ontmoetingsplaats’, als plekken waar stedelingen met uiteenlopende achtergronden met elkaar worden geconfronteerd. Denk bijvoorbeeld aan het centrale stadsplein, het park, de winkelstraat, de boulevard met haar terrasjes, de markt, het koffiehuis of het debatcentrum.

In de stedelijke ontwerp- en beleidspraktijk krijgen centrale ontmoetingsplaatsen traditioneel een belangrijke rol toebedeeld in de democratische stedelijke samenleving. Zonder ontmoetingsplaatsen zou de stad niet als samenleving kunnen functioneren, maar uiteen valllen in een eilandenrijk van verschillende bevolkingsgroepen die langs elkaar heen leven. Digitale media grijpen volgens De Waal op twee manieren in op de manier waarop deze stedelijke openbaarheid functioneert.

Soort bij soort
Allereerst gebruiken stedelingen technologieën als de mobiele telefoon om zich ruimtes toe te eigenen en van een openbare sfeer hun private sfeer te maken. Café’s functioneren bijvoorbeeld lang niet altijd meer als plekken voor een gesprek met onbekenden; klanten zitten er veelal verzonken achter hun laptop of smartphone, al chattend of mailend.

Mobiele telefoon

Smartphones vergemakkelijken het opgaan in je eigen wereld, ook in gedeelde ruimtes. Afbeelding: © Paul Martin Lester, Wikicommons

‘De nieuwste generatie mobiele telefoonsoftware kan deze trend bovendien verder versterken’, aldus De Waal. Speciale ‘apps’ raden gebruikers immers plekken aan die overeenstemmen met persoonlijke voorkeuren.

Dit kan volgens De Waal uiteindelijk leiden tot een verregaande ruimtelijke ‘verzuiling’ van verschillende levensstijlen. Stedelingen houden dan continu contact met leden uit hun eigen groep (ook al zijn zij fysiek afwezig), en bezoeken vooral plekken waar zij hun ‘soortgenoten’ tegenkomen.

Interactie en nieuwe verbanden
Tegelijkertijd kunnen deze fysieke netwerken van verschillende levensstijlen ruimtelijk dwars door elkaar heen lopen. De smartphone loodst iemand naar die plekken die voor hem of haar belangrijk zijn. Verschillende subculturen en functies kunnen dus ook makkelijker langs elkaar heen leven of naast elkaar bestaan. Op die manier ontstaan ook weer nieuwe momenten waarop verschillende groepen elkaar – zij het kortstondig – ontmoeten.

Digitale media kunnen vervolgens worden ingezet om de tijdelijke overlap tussen deze verschillende netwerken zichtbaar te maken en zo op een nieuwe manier een stedelijke openbaarheid in het leven te roepen. Stedelingen kunnen deze media ook inzetten om zelf een publiek domein in de stad tot leven te roepen door zich rond een specifieke issue te organiseren. De ‘Facebook-revoluties’ in de Arabische Lente worden hiervan vaak als voorbeeld gezien.

Kortom, het gebruik van nieuwe media beinvloedt niet alleen steeds meer onze dagelijkse handelingen, maar ook steeds vaker hoe individuen en gemeenschappen zich verhouden tot de stedelijke ruimte waarin ze zich bewegen.

Martijn de Waal (Zeist, 1972) studeerde Film en televisiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn onderzoek bij de vakgroep Praktische filosofie aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen. De Waal werkt als zelfstandig onderzoeker, schrijver, adviseur en curator.

Gepubliceerd door

Rijksuniversiteit Groningen (RUG)


Publicatiedatum

maandag, 23 januari 2012 30 januari 2012


Kernwoorden


Deel deze publicatie

Meer Maatschappij

Dit is een nieuwsbericht van Rijksuniversiteit Groningen (RUG).


© Rijksuniversiteit Groningen (RUG), alle rechten voorbehouden.

Volg ons op twitter Word onze fan op facebook