Drie laureaten delen de prijs van tien miljoen Zweedse kronen (ongeveer een miljoen euro).
De Japanner Osamu Shimomura isoleerde het eiwit als eerste uit de kwal Aequorea victoria en ontdekte dat het groen oplichtte onder ultraviolet licht.
De Amerikaan Martin Chalfie liet zien dat GFP als een waardevolle marker voor allerlei biologische fenomenen kan dienen. In één van zijn eerste experimenten kleurde hij zes afzonderlijke cellen van het wormpje Caenorhabditis elegans met behulp van GFP.
Zijn landgenoot Roger Y. Tsien tenslotte krijgt de Nobelprijs voor zijn systematische onderzoek dat tot een beter begrip van de fluorescentie van GFP leidde. Hij slaagde er in een heel kleurenpalet van fluorescerende eiwitten te creëren, zodat onderzoekers verschillende biologische processen tegelijkertijd kunnen volgen. Tsien ontving in 2002 voor zijn werk ook al de dr. H.P. Heinekenprijs voor de Biochemie en Biofysica van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

De laureaten
Van links naar rechts:
Osamu Shimomura (1928) Marine Biological Laboratory (MBL) Woods Hole, MA, USA;
Martin Chalfie, (1947) Columbia University, New York, NY, USA; en
Roger Y. Tsien, (1952) University of California, San Diego, La Jolla, CA, USA.
Zie ook:
- Nobelprijs Scheikunde 2008 (Engels)
- Nobelprijzen 2008 (Kennislink artikel)
- Spionnen in de levende cel (Kennislink artikel van Roy Keeris)
- Schatplichtig aan een knutselaar (Kennislink artikel van BIOnieuws)

Onderzoekers van Harvard University (Verenigde Staten) publiceerden vorig jaar in het tijdschrift Nature een opmerkelijk staaltje van de mogelijkheden van fluorescerende eiwitten. Ze kleurden de zenuwcellen in de hersenen van een muis zodanig dat ze onder UV-licht in alle kleuren van de regenboog oplichten. De zenuwcellen produceren verschillende hoeveelheden van drie GFP-achtige eiwitten die respectievelijk geel, cyaan en rood oplichten – precies de kleuren die ook in een inkjetprinter gebruikt worden. Op deze manier kunnen de onderzoekers vaststellen hoe zenuwcellen samengevoegd worden tot hersenenweefsel. Beeld: Livet et al (2007) Nature 450 56-63