Het eerste telefoontje kwam van een Australische amateur-astronoom, Anthony Wesley. Met zijn telescoop had hij een donker ‘litteken’ op Jupiter waargenomen, dat er volgens hem eerder niet was. Reden genoeg om NASA’s infraroodtelescoop op Hawaii op de gasreus te richten, en inderdaad: in de zuidpoolregio van Jupiter is een nieuw vlekje te zien.


Deze foto werd genomen door de infraroodtelescoop op Mauna Kea, Hawaii. Het lichtende spoor van door de inslag opgeworpen deeltjes is hier helder te zien. Het zwarte ‘litteken’ van de inslag is met een optische telescoop goed te zien, maar wordt in het infrarood overschaduwd door de heldere deeltjes. © NASA
De infraroodkijker zag naast het optisch donkere vlekje een spoor van deeltjes die helder infrarood licht uitzenden. Die deeltjes werden waarschijnlijk door de inslag omhoog geschoten. Bovendien zag de telescoop een regio in de atmosfeer van Jupiter die warmer was dan de plaatsen eromheen, wat erop duidt dat er energie vrij is gekomen. Omdat de buitenkant van Jupiter uit gassen bestaat, zal de inslagkrater niet heel lang te zien zijn. Naar verwachting is hij over een week of twee alweer weg.
Wat voor soort object er op Jupiter is ingeslagen is nog niet duidelijk. Het kan om een komeet gaan, zoals Shoemaker-Levy 9 vijftien jaar geleden, maar het is ook mogelijk dat het ‘alleen maar’ een blok ruimte-ijs was dat de krater ter grootte van de aarde veroorzaakte. Wetenschappers analyseren momenteel de foto’s en metingen, en hopen snel uitsluitsel te kunnen geven over de aard van de zeldzame gebeurtenis.


Precies 15 jaar voor deze inslag waren er andere inslagen te zien op Jupiter: toen de komeet Shoemaker-Levy 9 te dicht langs de planeet kwam en in stukken uiteen getrokken werd. De inslagen van die stukken waren zeven maanden later nog goed te zien. © NASA
Door zijn sterke zwaartekrachtsveld heeft Jupiter een belangrijke functie in ons zonnestelsel. Een groot deel van het rondvliegende materiaal in de ruimte wordt door de reuzeplaneet afgebogen of opgevangen, zodat de aarde slechts heel zelden door een groot object kan worden geraakt. Zonder deze ‘kosmische stofzuiger’ zou de kans op grote inslagen zoals de meteorietinslag die tot het uitsterven van de dinosauriërs heeft geleid veel groter zijn.
