Opiniepeilingen drijven burgers en overheid uit elkaar

Steeds vaker worden burgers door de overheid geënquêteerd over wat zij vinden van bepaalde onderwerpen. De overheid wil immers beter naar burgers luisteren en de ‘kloof’ dichten. Maar opinieonderzoek onder burgers over wat ‘Den Haag’ moet doen, zal de kloof tussen politiek en burger eerder vergroten dan verkleinen. Dat stelt W.L. Tiemeijer in zijn proefschrift waarop hij 7 juni 2006 aan de Universiteit van Tilburg promoveert.

Opinieonderzoek is een groeiindustrie. Maar zijn opiniepeilingen wel een oplossing van het probleem waarvoor de overheid zich gesteld ziet, namelijk een kloof met de burgers? Sinds Pim Fortuyn lijkt dit instrument populairder dan ooit. Maar leidt het niet tot een ‘u vraagt, wij draaien’-democratie? Dat zijn vragen die Tiemeijer in zijn proefschrift beantwoordt. Hierin gaat hij na wat de wenselijkheid is van opinieonderzoek onder burgers ten behoeve van de beleidsvorming in een representatieve democratie. Voor zijn onderzoek sprak Tiemeijer met 34 beleids- en voorlichtingsambtenaren en met de ministers Verdonk, Donner en Van der Hoeven.

Varen op opiniepeilingen leidt in het ergste geval tot populisme.

Tiemeijer concludeert dat er een helder onderscheid gemaakt moet worden tussen twee soorten vragen bij opiniepeilingen. Enerzijds zijn dat opinievragen naar wat burgers aan problemen in hun eigen leefomgeving ervaren en naar hun waarden en drijfveren. Dit zijn onderwerpen waarover burgers bij uitstek deskundig zijn. Vragen hiernaar levert belangrijke en zinvolle beleidsinformatie op, die de staat kan helpen zijn werk beter te doen.

Daarnaast zijn er opinievragen naar wat de staat moet doen om de problemen van burgers op te lossen. Dergelijke vragen leveren voor de beleidsvorming doorgaans non-informatie op. Als men desondanks toch opinieonderzoek over ‘wat Den Haag moet doen’ blijft verrichten en publiceren, kan dat gemakkelijk leiden tot teleurstelling over de feitelijke prestaties van de overheid. Zo wordt de kloof juist vergroot. In het ergste geval leidt dergelijk onderzoek alleen maar tot een nodeloze polarisatie tussen staat en burgers.

Een voorbeeld van een opinieonderzoek door de Nederlandse rijksoverheid is de Belevingsmonitor, waarmee het kabinet-Balkenende in 2003 begon. Dit is een regelmatige opiniepeiling waarin burgers wordt gevraagd wat hen bezighoudt, waaraan de regering (meer) aandacht zou moeten besteden en hoe zij oordelen over de regering. De antwoorden bleken vrijwel zonder uitzondering negatief voor het kabinet.

Tiemeijer laat zien dat de opbouw van de enquête er welhaast toe moest leiden dat er slechte rapportcijfers uitkwamen. De negatieve resultaten waren waarschijnlijk grotendeels een artefact van de vragenlijst, die vervolgens wel als ‘objectieve gegevens’ in de media werden gebracht. Volgens Tiemeijer gaf de Belevingsmotor onbedoeld voeding aan populisme.

De opinieonderzoeken bij de Justitie en Onderwijs pakken beter uit. Bij beide departementen blijkt opinieonderzoek van invloed op de communicatie (‘beter uitleggen’) maar niet of hooguit zeer indirect op de beleidsvorming.

W.L. Tiemeijer promoveert woensdag 7 juni 2006 aan de Universiteit van Tilburg op het proefschrift Het geheim van de burger; over staat en opinieonderzoek.

Zie ook:

Gepubliceerd door

Universiteit van Tilburg (UvT)


Publicatiedatum

dinsdag, 30 mei 2006 10 april 2009


Kernwoorden


Deel deze publicatie

Meer Maatschappij

Dit is een achtergrondartikel van Universiteit van Tilburg (UvT).


© Universiteit van Tilburg (UvT), alle rechten voorbehouden.

Volg ons op twitter Word onze fan op facebook