Alfamannetjes en bètavrouwen

Waarom zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in de wetenschap?

Waarom zijn er zo weinig vrouwen in de top van de wetenschap? Zijn de hersenen van mannen en vrouwen echt zo verschillend, of komt het door hardnekkige vooroordelen over de maatschappelijke rol van mannen en vrouwen in hun carrière? Nederlandse wetenschappers, waaronder Dick Swaab, gingen de discussie aan in Science Center NEMO.

door

Woman

In Nederland is één op de acht hoogleraren vrouw. www.lnvh.nl

Langzaam druppelden de mensen binnen in Science Center NEMO. Allemaal op tijd om een mooi plekje te zoeken en getuige te zijn van een debat over één van de hotste onderwerpen in de populaire psychologie: man-vrouw verschillen en de positie van vrouwen in de wetenschap. Ook al beginnen in Nederland ongeveer evenveel meiden als jongens aan een universitaire studie, is toch slechts één op de acht hoogleraren vrouw. En Nederland is hierin geen uitzondering. In heel Europa bekleden vrouwen slechts twaalf procent van de wetenschappelijke topposities.

Zijn er zo weinig vrouwen in de top van de wetenschap door breinverschillen tussen mannen en vrouwen, of toch door vooroordelen over de rol van mannen en vrouwen en hun carrière? Om die vraag aan de kaak te stellen, organiseerde Science Center NEMO onlangs een debatavond waarin neurobioloog Dick Swaab en filosofen Veronica Vasterling en Iris van Rooij elkaar met biologische en sociaal-wetenschappelijke verklaringen om de oren sloegen (zie kader).

Swaab-vasterling-rooij

Dick Swaab (links) is emeritus hoogleraar in de neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. De meesten zullen hem kennen als schrijver van de bestseller Wij zijn ons brein.

Veronica Vasterling (midden) is universitair hoofddocent bij The Institute for Gender Studies en het Philosophy departement van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Iris van Rooij (rechts) is universitair docent bij het Artificial Intelligence department van de Radboud Universiteit Nijmegen, en onderzoeker bij het Donders Institute for Brain, Cognition and Behavior.

Swaab_kl

In zijn boek Wij zijn ons brein beschrijft Swaab dat hormonen voor de geboorte de seksuele oriëntatie beïnvloeden.

Voorgeprogrammeerde breinen

Talenstudies zijn typisch vrouwelijk, en mannen hebben een aangeboren wiskundetalent, toch? De stelling dat onze hersenen inderdaad al voor de geboorte voorgeprogrammeerd zijn met onze eigenschappen, leidde tot de heftigste discussie. Dat Swaab wel wat ziet in die verklaring was voor niemand een verrassing. “In de tweede helft van de zwangerschap worden de hersenen van jongens blootgesteld aan meer testosteron dan meisjeshersenen. Die testosteronpiek is verantwoordelijk voor de seksuele oriëntatie (of je homo of hetero bent) en of je je man of vrouw voelt”, aldus Swaab. En zodra dat eenmaal vastligt, is het niet meer te veranderen.

Wat de invloed is van hersenontwikkeling op beroepskeuze is nog nooit uitgebreid onderzocht. Toch staat beroepskeuze volgens Swaab in relatie tot de seksuele oriëntatie. “Van alle mannen die bijvoorbeeld kapper of kunstenaar zijn, is een aanzienlijk deel homoseksueel. En we weten dat homo’s en hetero’s een ander brein hebben.” Volgens de neurobioloog kan de beroepskeuze dus zeker met hersenverschillen samenhangen.

Man-vrouw_verschillen

Voor eigenschappen om aan de top te komen – zoals ambitie, intelligentie en doorzettingsvermogen – heb je geen typisch mannen- of vrouwenbrein nodig. Rijksuniversiteit Groningen

Gecombineerde interesses

Het brein al voor de geboorte permanent? Niet volgens Vasterling en Van Rooij. Breinen zijn volgens hen helemaal niet voorgeprogrammeerd. “Als het klopt dat het type brein je interesse bepaalt, zou je dat op volwassen leeftijd nog steeds moeten zien. Dan verwacht je dat mannen geïnteresseerd zijn in techniek en carrière, terwijl vrouwen kiezen voor meer knuffelige dingen”, aldus Van Rooij.

En dat is waar de biologische verklaring wrikt, want zo’n duidelijke tweedeling is er niet. De meeste van ons hebben namelijk een combinatie van interesses, bijvoorbeeld een interesse in zowel computers als in shoppen. En die gecombineerde interesses zijn niet te verklaren aan de hand van twee voorgeprogrammeerde breinen. Volgens hen is het onderzoek naar het verschil tussen mannen- en vrouwenbreinen zelfs helemaal niet relevant voor de vraag waarom er weinig vrouwen zijn in de wetenschap.

Geen man-vrouw verschillen meer

De boodschap van Vasterling en Van Rooij is duidelijk: stop met discussiëren over verschillen tussen mannen- en vrouwenhersenen en ga op zoek naar wat bepaalde interesses verklaart. Waarom maakt iemand de keuze voor wel of geen carrière, een alfa- of een bètastudie? Dat is veel interessanter om te onderzoeken, en kan beter verklaren waarom er in de wetenschap minder vrouwen werken. “En dan kunnen we achteraf wel kijken naar de invloed van mannen- of vrouwenbreinen”, vindt Vasterling. “Maar we moeten dat verschil niet als uitgangspunt nemen.”

Business_woman

In Nederland werken veel vrouwen parttime waardoor ze minder snel carrière maken dan mannen.

Ook Swaab ontkent niet dat er sociaal-wetenschappelijke verklaringen zijn voor het feit dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in de wetenschap. In Nederland kiezen vrouwen bijvoorbeeld vaak voor parttime werken: een keuze die de kloof tussen mannen en vrouwen in de top van de wetenschap vergroot. Maar afstand van zijn hersenhypothese doet hij niet. Aanleg is volgens Swaab zeker net zo belangrijk, omdat vroeg in de ontwikkeling je capaciteiten worden vastgelegd. “Ik heb naar de invulling van banen geen onderzoek gedaan, maar het is duidelijk dat bepaalde eigenschappen je geschikter maken voor bepaalde banen. Mannen zijn bijvoorbeeld van nature agressiever dan vrouwen, en dat kan je helpen in je weg naar de top”.

De discussie duurt voort

Rode wangen en verwarde haren bij de wetenschappers: dat is het resultaat na twee uur discussiëren. Niemand ontkent dat er verschillen zijn tussen mannen en vrouwenhersenen, maar of dat de reden is dat er minder vrouwen in de wetenschap zijn? Waarschijnlijk niet. Het is in ieder geval niet de enige reden, vindt ook Swaab. De wetenschappers kunnen dan ook niet anders dan concluderen dat zowel biologische als sociale factoren van invloed zijn op de achterstand van vrouwen in de wetenschap. Voorspelbaar en saai, maar wel de meest logische verklaring die past binnen het gerecyclede idee dat zowel aangeboren eigenschappen als de omgeving bepalen wie je bent en wat je doet.

Meer vrouwen in de wetenschap – TWIST

Het debat in Science Center NEMO werd gehouden in het kader van TWIST (Towards Woman in Science & Technology): een Europees project dat de discussie op gang brengt over de relatieve achterstand van vrouwen in de top van de wetenschap. Met als doel de toestroom van vrouwen te vergroten. TWIST organiseert daarom door heel Europa allerlei publieksprogramma’s en activiteiten in musea en wetenschapscentra. Iedereen is welkom: jongeren, hun leerkrachten, ouders, en het grote publiek.

Zie ook: