Porno kijken leidt niet tot verkrachting

Verband tussen porno en seksuele agressie wordt al tientallen jaren overdreven, stellen onderzoekers

Wat gaat het slecht met de jeugd van tegenwoordig. De jongens slaan aan het verkrachten en de meisjes verlenen hun ‘diensten’ voor een Breezer of BigMac. De schuld leggen we bij de pornografie: ze doen wat ze hebben gezien op internet of televisie. Uit een groot meta-onderzoek blijkt nu echter dat porno kijken helemaal niet leidt tot meer seksuele agressie, en dat we dit eigenlijk al tientallen jaren weten…

door

Rouvoet

Interessant: Rouvoet vroeg zelf aan de Rutger Nisso Groep om een onderzoek naar de vraag hoe schadelijk porno eigenlijk is. De Groep leverde keurig haar rapport af, maar dat ligt nog steeds op het bureau van de minister te wachten tot ze besluiten ermee naar buiten te komen. Zou het rapport hetzelde concluderen als Ferguson en Hartley? vraagt Martijn van Calmhout zich af in de Volkskrant

Er moet een brede maatschappelijke discussie komen over de losgeslagen seksuele moraal van de jeugd, vindt André Rouvoet (minister voor Jeugd en Gezin). En terecht, meent journalist Myrthe Hilkens. Zij schreef een boek over deze oversekste jongeren: ‘McSex. De pornoficatie van onze samenleving’. En met die titel legt ze meteen uit waarom het zo bar en boos gesteld is met de pubers van tegenwoordig. Ze worden steeds maar blootgesteld aan porno en daarom doen ze het – al dan niet in ruil voor een Breezer of BigMac – met Jan en Alleman, zelfs al deze daar geen trek in hebben.

Seksualisering

Dit soort uitspraken roepen twee vragen op, die we beide bevestigend moeten beantwoorden, wil de conclusie dat porno seksuele monsters maakt van onze jongeren terecht zijn. Om te beginnen: is het wel zo dat jongeren steeds meer ten prooi vallen (of dader zijn van) seksuele agressie? En als dat zo is, heeft porno daar dan schuld aan?

De cijfers maken ruzie met zichzelf
In een opiniestuk in het NRC Handelsblad haalt Myrthe Hilkens cijfers aan die haar conclusie – de samenleving pornoficeert en dat leidt tot seksuele agressie onder jongeren – ondersteunen. Zo is volgens het CBS het aantal zedendelicten onder minderjarigen tussen 1994 en 1997 in steden met meer dan honderdduizend inwoners met 79% gestegen. Criminoloog Anton van Wijk ontdekte dat de zedendelinquentie onder jongeren met 300 procent toenam in vijftien jaar tijd, maar weet niet hoe dat komt.
Maarten Keulemans vindt daar in de Volkskrant iets anders van. Hij wijst erop dat het aantal seksuele misdrijven in de afgelopen tien jaar met 25% is geslonken en het aantal tienerzwangerschappen daalde tot een niveau van 20 jaar geleden. Jongeren hebben ook nauwelijks eerder seks dan toen: de gemiddelde ontmaagdingsleeftijd daalde van 17,9 naar 17,3 jaar, wat van ons de laatbloeiers van Europa maakt.

Nee, porno leidt niet tot seksuele agressie

Op die laatste vraag hebben gedragswetenschappers van de University of Texas nu een antwoord geformuleerd. Christopher Ferguson en Richard Hartley namen tientallen jaren aan onderzoek onder de loep en kwamen tot een verrassende conclusie: dat verband tussen porno enerzijds en verkrachting en aanranding anderzijds bestaat helemaal niet. Laat staan dat porno aangewezen kan worden als oorzaak van seksuele agressie. Er zijn zelfs aanwijzingen dat het andersom is: hoe meer porno iemand kijkt, hoe minder hij geneigd is tot het plegen van een seksueel misdrijf.

Hoe komen we dan toch aan dit hardnekkige misverstand? Ferguson en Hartley verdenken politici, belangengroepen en zelfs sommige sociale wetenschappers ervan bij tijd en wijle het bewijs voor een link tussen porno en verkrachting overdreven te hebben. Daar moet maar eens een eind aan komen, vinden ze. “Het is tijd om de hypothese dat pornografie bijdraagt aan de toename van seksueel agressief gedrag te verwerpen.”

Christopher J. Ferguson, Richard D. Hartley zullen hun conclusies publiceren in het vakblad Aggression and Violent Behavior onder de titel ‘The pleasure is momentary…the expense damnable? The influence of pornography on rape and sexual assault’.