Van monnikensport tot Wimbledon

Eerder deze maand werd voor de 125ste keer de tennisfinale op Wimbledon gespeeld. De tradities die bij het toernooi komen kijken – zoals witte tenniskleding en aardbeien met room – stammen uit de negentiende eeuw. Maar vele eeuwen daarvoor bestond het populaire balspel ook al. De Nederlanders noemden het ‘kaatsen’.

door

Tennis is terug te voeren naar het Frankrijk van de 12e eeuw. Monniken speelden tussen de religieuze bedrijven door een balspel ter ontspanning wat ze jeu de paume noemden. De bal werd namelijk met de hand richting de tegenstander geslagen. Het spel werd binnen de muren van het klooster gespeeld en de spelers moesten de bal door een opening in een muur slaan om punten te scoren.

Verder werd het dak van de galerij gebruikt voor de opslag. De serveerder sloeg de bal op het schuin aflopende dak zodat de bal naar de tegenstander rolde. (Hier komt de uitdrukking Het loopt van een leien dakje vandaan.) De tegenstander moest deze bal weer terug naar de overkant slaan, richting de opening in de muur.

Moli_c3_a8re_20jeu_20de_20paume

Kaatsen op een overdekte baan, begin 17e eeuw. Wikicommons

Volksvermaak buiten de kloostermuren

Het spel raakte ook bekend buiten de muren van het klooster en werd in de 15e en 16e eeuw een echt volksspel. Het werd in heel Europa gespeeld en in Nederland kreeg het bekendheid onder de naam ‘kaatsen’. Overal op straat kon het gespeeld worden, als er maar muren en een aflopend dakje in de buurt waren.

Het spel werd vooral in de buurt van herbergen gespeeld, waar drank, spel en gokken hand in hand gingen. Het spel was vooral populair vanwege het gokken, dat getolereerd werd zolang het om kleine bedragen ging. Spelers en toeschouwers zette geld in op het spel oftewel de ‘wed’-strijd. De munteenheid bestond uit 60 cent en je kon wedden voor een ‘kwartje’ per punt. Hier komt de aparte puntentelling van het spel, 15-0, 30-0, 45-0 en game, vandaan (de 45 is tegenwoordig 40).

Ook al waren de bedragen klein, het gokken leverde regelmatig verhitte toestanden op. Er zijn dan ook veel ruzies ontstaan waarvan sommigen zelfs met dodelijke afloop. Vandaar dat er in 1599 reglementen verschenen om zoveel mogelijk ruzies te kunnen voorkomen.

Maar niet alleen vanwege het wedden was kaatsen een gevaarlijke sport maar ook vanwege de bal. De met haar gevulde bal was erg hard en stuiterde amper. Met de opkomst van de rackets in de 16e eeuw gingen de ballen nog harder. Vele ramen zijn gesneuveld en geraakte voorbijgangers konden zo zwaar gewond zijn dat ze het niet overleefden. Er werd veel over geklaagd bij de stadsbesturen en Amsterdam besloot in 1564 om het kaatsen uit de stad te verbannen. Binnen de stadsmuren konden spelers alleen nog bij de vier officiële kaatsbanen terecht om te spelen.

Banen huren kostte geld en dit trok spelers van een beter allooi aan. Daarmee werd in de 17e eeuw het kaatsen de meest populaire sport onder de gegoede burgerij. Het spel dat op deze – vaak overdekte – banen gespeeld werd is de directe voorloper van het hedendaagse tennis. Naast het spelen met ballen en met rackets op een baan met een net, gebruikten de spelers ook al grotendeels de puntentelling die wij nu nog kennen.

Een echte studentensport

De kaatsbanen in de 17e eeuw waren big business. In de gewesten Holland en Utrecht waren er al meer dan 100. De kaatsbanen werden verhuurd door kaatsmeesters, evenals de rackets en de ballen. Aan drie ballen hadden de kaatsers niet genoeg: er stond een grote mand vol leren ballen bij het net en die werden pas geraapt door de ballenjongen als de mand leeg was. De kaatsmeesters gaven ook les in het populaire spel en verzorgden de drank.

Kaatsen was een sociale sport, vanwege de toeschouwers in de galerij. Er werd niet alleen gespeeld maar ook gedronken, gegeten, gegokt en geflirt. Het is dan ook niet vreemd dat kaatsen erg populair was onder studenten. In Leiden lagen twee kaatsbanen vlak bij de universiteitsgebouwen en de professoren klaagden steen en been dat hun studenten meer op de baan te vinden waren dan in de collegebanken.

Prinsen en edelen

Onder de elite was het kaatsen al die eeuwen populair gebleven. Er was niet veel verschil tussen kaatsen binnen klooster- of kasteelmuren. Vaak gingen de jongste zonen van de adel het klooster in waardoor het spel zich al snel verspreidde onder hun familieleden. In Engeland werd het spel vanaf het begin al ‘tennis’ genoemd en Hendrik VIII was een groot fan. Veel van zijn paleizen hadden één of meerdere ‘tennis courts’.

Lawntennis

Tennis in de 17e eeuw, met prins Frederik Hendrik. Adriaen van de Venne, 1626

Filips de Schone, de Nederlandse landheer, was ook helemaal verzot op het spel en speelde al met racket. Niet lang na een verhitte partij in 1506 stierf Filips en volgens ooggetuigen had hij zich letterlijk dood getennist!

In de 17e eeuw waren de zonen van Willem van Oranje echte tennisliefhebbers. Op de banen bij het Binnenhof en bij het paleis van Breda bracht Maurits menig uurtje door en Frederik Hendrik werd tennisspelend afgebeeld door Adriaen van de Venne.

De bedragen die op zulke wedstrijden werden gezet, waren een stuk hoger dan op straat! Willem III, stadhouder en koning van Engeland, liet bij Hampton Court Palace in Londen een ommuurde tennisbaan bouwen. De baan, met monogram van Willem en zijn vrouw Mary bestaat nog steeds. Zelf kon Willem niet goed tennissen; lichamelijke gebreken zoals zijn bochel maakte hem ongeschikt voor het spel.

Het nieuwe tennis

In de 18e eeuw raakte het spel in Nederland uit de mode en de meeste kaatsbanen kregen een andere functie of werden gesloopt. Alleen in Friesland, waar de Hollanders het spel in de 16e eeuw hadden geïntroduceerd, wordt nu nog gekaatst. In Frankrijk werd het tennisspel vanwege het elitaire gehalte in de ban gedaan na de Revolutie van 1789. In Engeland bleef het spel wel populair en bleef men nadenken over verbeteringen.

Zo vond majoor Walter Clopton Wingfield die ommuurde tennisbanen maar omslachtig en vroeg een octrooi aan voor zijn nieuwe versie van het spel: ‘A new and improved Portable Court for Playing the Ancient Game of tennis’. Hij kreeg zijn octrooi op 23 februari 1874 en het tennis zoals we het nu kennen was een feit. Hij introduceerde Lawn Tennis op banen van gras en nadien werd het oude tennisspel op een ommuurde baan Real Tennis genoemd.

Deze nieuwe versie van het tennis sloeg enorm aan bij de elite. Op het gazon van hun buitenverblijven kon makkelijk en snel een speelveld aangelegd worden. Lijnen in de grond steken, een net opzetten en klaar is kees. De rest van het spel bleef gelijk aan Real Tennis: de bal werd met een racket naar de andere kant geslagen en ook de telling bleef hetzelfde.

De All England Croquet Club gebruikte al in 1875 een van haar terreinen voor het populaire spel en veranderde in april 1877 zelfs haar naam. De All England Croquet and Lawn Tennis Club in de Londense wijk Wimbledon was geboren. In juli van datzelfde jaar organiseerde de club voor de eerste keer het Wimbledon toernooi voor het mannen enkelspel.

Tennis in Nederland

Nederland en met name Den Haag had nauwe banden met de Engelse adel en diplomaten. Het is dan ook niet vreemd dat hier in 1885 de eerste Nederlandse tennisclub haar deuren opende. Omdat de term ‘tennis’ in Nederland nooit was gebruikt, werd Lawn hier weggelaten. Het is nog wel terug te vinden in de naam van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB), opgericht in 1899.

Suzannelenglen

Suzanne Lenglen in actie op Wimbledon (voor 1923). Wikicommons

De tennisclubs waren vooral een ontmoetingsplek voor de elite waar diplomatieke zaken werden afgehandeld en waar society tennisfeestjes werden georganiseerd voor het publiek. De elitaire sport werd gepast genoeg gevonden voor vrouwen en het was voor de dames eindelijk geoorloofd om een lichamelijke sport te bedrijven. Het vrouwentennis werd zelfs zo serieus genomen dat Wimbledon – nog steeds het meest prestigieuze toernooi uit de tenniswereld – in 1884 al officiële kampioenschappen voor vrouwen organiseerde.

Sindsdien is de sport alleen maar populairder geworden, zowel onder de mannen als onder de vrouwen. Door de tenniswedstrijden op televisie en rebelse Amerikaanse spelers zoals John McEnroe en André Agassi werd tennis in de loop van de 20e eeuw steeds minder elitair. In de 21e eeuw is tennis een van de meest populaire sporten ter wereld met miljoenen liefhebbers. De KNLTB is met haar 700.000 leden na de KNVB (voetbalbond) de grootste sportbond van Nederland. Velen van hen zullen dit weekend aan de buis gekluisterd zitten voor de finales van de dames en de heren op het “heilige gras” van Wimbledon.

Wimbledon_-_gorgeoux

Tenniswedstrijd op Wimbledon. Flickr: gorgeoux