Veranderende verkrachtingsverhalen

Promovenda Vera Haket liep mee met 23 verkrachtingszaken en constateerde dat de verhalen van betrokkenen vaak veranderen in de loop van het strafproces. 18 oktober promoveert zij aan de Universiteit Leiden.

door

Een omgevallen glas in een woning heeft binnen het strafrecht geen betekenis. Maar als dit glas wordt gevonden in een woning waar een verkrachting zou hebben plaatsgevonden, kan het wel een rol gaan spelen in een strafzaak. Bewijsmiddelen krijgen pas betekenis binnen de verhalen van slachtoffer, getuige, verdachte of besluitvormer. Hoe komen deze verhalen tot stand? En hoe veranderen zij in de loop van een strafproces? Promovenda Vera Haket onderzocht het. Haar advies aan de rechter: ‘Wees voorzichtig met het beoordelen van verklaringen zoals die in de rechtbank worden gepresenteerd. Ze kunnen afwijken van de oorspronkelijke verhalen die betrokkenen hebben verteld.’

Vrouwen die aangifte doen van verkrachting passen hun verhaal aan in gesprekken met vrienden, familie en politieambtenaren. Foto www.bachbloesemadvies.be

Verkrachtingszaken

Bestuurskundige Haket verrichtte haar onderzoek bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Leiden, dat samenwerkt met de Universiteit Leiden. Ze liep binnen twee politieregio’s mee met 23 verkrachtingszaken, meestal vanaf het moment dat de melding van het delict binnenkwam. In alle gevallen was een vrouw aangeefster van de verkrachting. Haket richtte zich specifiek op verkrachtingszaken omdat de verklaringen van betrokkenen daarin vaak de enige bewijsmiddelen zijn. Ze woonde gesprekken tussen betrokkenen en rechercheurs bij, observeerde overleg tussen rechercheurs, interviewde besluitvormers en was aanwezig bij rechtszittingen. Doel van dit alles: ‘Kijken hoe de verhalen van betrokkenen tot stand komen en aan verandering onderhevig zijn.’

Voor de aangifte

Veranderingen in de oorspronkelijke verhalen treden al op in een vroeg stadium van het strafproces, wijst het onderzoek van Haket uit. ‘Al voordat vrouwen aangifte doen van verkrachting, kan hun visie op het voorval veranderen,’ zegt Haket. ‘Aangeefsters praten met vrienden en familie over het delict en passen als gevolg daarvan hun verhaal aan.’ Als voorbeeld noemt ze een vrouw die aan een vriend toevertrouwde dat ze onprettige seksuele handelingen had verricht bij een man. ‘De vriend wees haar erop dat er sprake was geweest van verkrachting,’ vertelt Haket. ‘Pas daarna erkende de vrouw ook voor zichzelf dat ze verkracht was en deed ze aangifte bij de politie.’

Proces-verbaal

Het slachtoffer meldt zich bij de politie. Ditmaal kan haar verhaal beïnvloed worden door de gesprekken met de rechercheurs, stelde Haket vast. ‘Politieambtenaren willen alle details van de aangeefster horen om de geloofwaardigheid van haar verhaal te toetsen en eventuele inconsistenties op te sporen. Waar vond de verkrachting precies plaats? Waren er andere mensen in de buurt? Vervolgens verwerken de politieambtenaren de antwoorden op al deze vragen in een lopend verhaal, dat het proces-verbaal vormt. Dit doen zij in de ik-vorm, met weglating van hun eigen vragen. Daardoor ontstaat de indruk dat het proces-verbaal een letterlijke weergave vormt van wat het slachtoffer heeft gezegd. Maar dat is dus niet zo.’

Haket: ‘Besluitvomers in het strafproces moeten zich er bewust van zijn dat de verklaringen die zij in de rechtbank horen, kunnen afwijken van de oorspronkelijke verhalen van betrokkenen.’

Verhaal over verhalen

Het originele verhaal van de aangeefster raakt nog verder uit zicht wanneer de officier van justitie na het politieonderzoek zijn aanklacht formuleert. ‘De officier smeedt verklaringen van verschillende betrokkenen samen tot één verhaal,’ legt Haket uit. ‘Om de rechter te overtuigen van zijn gelijk dikt hij de stelligheid van de relevante verklaringen soms aan. Zijn aanklacht wordt daarmee als het ware een verhaal over verhalen.’

Interpretatie

Tijdens de rechtszitting wordt dit verhaal afgewogen tegen het verhaal van de verdediging. Deze twee verhalen zijn vaak gebaseerd op dezelfde bewijsmiddelen, maar beide interpreteren die anders om de schuld van de verdachte aan te tonen danwel te ontkrachten. De officier van justitie stelt bijvoorbeeld dat een verdachte die boos reageerde toen de politie hem wilde aanhouden, een agressief persoon is die tot verkrachting in staat is. De advocaat gebruikt de woede van de verdachte echter als teken van onschuld. Zij betoogt dat het logisch is dat iemand die onschuldig is, boos wordt als hij zomaar wordt aangehouden.

Voorzichtig

De hoofdconclusie van Haket? ‘Verhalen van betrokkenen krijgen tijdens het strafproces vorm, door interactie met verschillende personen. Naarmate het proces vordert, drijven de verhalen steeds verder af van hun oorspronkelijke vorm. Het is belangrijk dat besluitvomers in het strafproces zich daar bewust van zijn, zodat ze extra voorzichtig zijn in hun oordeelsvorming. Zeker als het grootste deel van de bewijsvoering berust op verklaringen van betrokkenen, zoals dat in verkrachtingszaken het geval is.’ Zij adviseert rechercheurs bovendien om betrokkenen de gelegenheid te geven hun opgetekende verklaring goed door te lezen, voordat deze definief in het proces-verbaal wordt opgenomen en gaat gelden als ‘het verhaal’ van de betrokkene.

Bandopnamen

Zouden bandopnamen van politieverhoren ook uitkomst kunnen bieden, zoals door sommigen is voorgesteld? Haket betwijfelt het. ‘Het voordeel is dat de letterlijke, oorspronkelijke verhalen van de betrokkenen bij twijfel nageluisterd kunnen worden. Maar binnen het bestaande strafrechtsysteem, waarin de tijdsdruk enorm hoog is, zou zelden van die mogelijkheid gebruik worden gemaakt. Als de bandopnamen al beluisterd zouden worden, zou dat vanwege de tijdsdruk waarschijnlijk selectief gebeuren, met alle gevaren van dien.’

Herkenning

Haket had geen toestemming om ook met de ondervraagde betrokkenen zelf te praten. Dat zou zij in vervolgonderzoek graag wél doen. ‘Ik ben benieuwd in hoeverre de betrokkenen zichzelf herkennen in hun verhaal zoals dat uiteindelijk door de officier van justitie wordt gepresenteerd in de rechtszaal. Horen zij daarin hun oorspronkelijke verklaringen terug, of hebben zij zelf ook het gevoel dat die tijdens het strafproces zijn veranderd?’

Zie ook: