“Wil je mij even vlooien?”

Waarom apen niet kunnen spreken

Waarom kunnen mensen wel spreken en een taal leren, en apen niet? Sommigen denken dat taal simpelweg bij mensen in de genen zit. Anderen zijn ervan overtuigd dat de omgeving een veel belangrijkere rol speelt bij het leren van taalvaardigheden. Om dit te bewijzen hebben al veel onderzoekers geprobeerd om apen taal bij te brengen. Met wisselende resultaten.

door

Gua

Chimpansee Gua

De eerste poging om een chimpansee te laten spreken werd gedaan door het Amerikaanse echtpaar Winthrop en Luella Kellogg in 1930. Zij voedden chimpansee Gua op, tegelijk met en op dezelfde manier als hun eigen zoon David. Gua was 7,5 maand toen het echtpaar haar kreeg, David was toen 10 maanden oud. Het echtpaar hoopte met hun experiment aan te tonen dat omgeving van doorslaggevende invloed was voor de ontwikkeling, en niet aangeboren eigenschappen. Als hun experiment zou slagen, zou Gua dus net zoveel kunnen leren als mensenkind David.

Gua en David werden al snel goede vriendjes. Hun gedrag leek ook erg op elkaar: beiden leerden ze met een lepel eten en ruzieden ze over speelgoed. Maar spreken leerde Gua niet. Ze hield het het hele experiment bij de geluiden die ze ook al maakte toen ze bij de familie aankwam. Wel leerde ze bepaalde ‘gebaren’, zoals kauwen als ze honger had en liggen als ze moe was. Het begrijpen van taal ging haar stukken beter af, in het begin zelfs beter dan David. Maar halverwege het experiment ging David ineens met grote sprongen vooruit en kon Gua hem niet meer bijhouden. Aan het eind van de 9 maanden kon Gua zo’n 95 woorden en zinnen begrijpen.

Na afloop van het experiment concludeerde het echtpaar Kellogg dat een stimulerende omgeving noodzakelijk is voor de ontwikkeling van aangeboren vaardigheden. Maar: wat niet is aangeboren kan in zo’n omgeving dus ook niet ontwikkelen, zo had Gua aangetoond. Gua verhuisde na het experiment terug naar het dierenpark waar ze vandaan kwam.

Viki

Chimpansee Viki

Begin jaren ‘40 ondernam het echtpaar Hayes een nieuwe poging. Zij adopteerden chimpansee Viki en voedden het op als een mensenkind. Al snel viel het ze op dat apenbaby Viki niet brabbelde zoals een mensenbaby doet. Viki zei eigenlijk alleen zo nu en dan ’ah’, ‘eh’ en ‘oh’, maar meestal zei ze niks.

Door met zijn vingers haar lippen tegen elkaar aan te duwen leerde Hayes haar ‘mama’ zeggen, waarna na enige tijd oefenen Viki zelf de beweging met haar lippen kon maken. Maar verder dan de vier woorden ‘mama’, ‘papa’, ‘cup’ en ‘up’ is Viki na zes jaar oefenen niet gekomen. En dan nog kon eigenlijk alleen de familie Hayes haar verstaan.

Viki’s ‘mensenopvoeding’ stopte toen Keith en Cathy Hayes begin jaren ’50 scheidden. Niet lang daarna, in 1954, is Viki aan een hersenvliesontsteking overleden.

Biologen hadden de Kelloggs en de Hayes wel kunnen voorspellen dat Gua nooit had kunnen leren spreken. De mondkeelholte van een aap wijkt fundamenteel af van dat van een mens. De mens heeft een kortere, rondere tong dan een aap. Bovendien zit zijn strottenhoofd lager in de keel. Hierdoor kan een mens meer verschillende soorten spraakgeluiden maken dan een aap. Hoewel apen natuurlijk wel geluiden kunnen maken, is een mensentaal gewoon te moeilijk voor ze.

Keelholte

De mondkeelholtes van mensen en van apen verschillen teveel van elkaar om een aap te kunnen leren spreken. Overgenomen (en aangepast) uit ‘The Psychology of Language’ van Trevor Harley.

Dat een aap biologisch niet in staat is om te spreken zoals wij dat doen, wil natuurlijk niet zeggen dat hij ook geen taal kan leren. Spraak is niet de enige uitingsvorm van taal, denk maar aan gebarentaal. Dat was dan ook een logische vervolgstap in de pogingen om apen taal te leren.

Washoe

Chimpansee Washoe

Washoe werd in 1966 als éénjarige chimpansee in het wild gevangen. Het onderzoekers-echtpaar Gardner en hun studenten begonnen haar toen meteen Amerikaanse gebarentaal (ASL, American Sign Language) te leren. Dit deden ze door bewegingen die Washoe spontaan maakte om te vormen tot bestaande gebaren. Telkens als Washoe een gebaar correct en in de juiste context uitvoerde, kreeg ze een beloning. Zo kende ze toen ze vier jaar was zo’n 85 gebaren. Enkele jaren later stond de teller op ruim 200 gebaren.

Deze gebaren verwezen niet alleen naar zelfstandige naamwoorden of werkwoorden, ook bijvoeglijke naamwoorden en ontkenningen kon Washoe gebaren. En als ze een woord niet kende, bedacht ze er gewoon zelf een nieuw gebaar voor. Zo noemde ze de koelkast ‘open food drink’. Washoe maakte ook korte zinnetjes, waarbij ze zich bewust leek te zijn van een grammatica. Ze wist het verschil tussen ‘you tickle me’ en ‘I tickle you’. Het meest bijzondere is misschien wel dat Washoe haar gebarentaal ook leerde aan haar pleegzoon-chimpansee Loulis.

Nim_chimpsky

Chimpansee Nim Chimpsky

Ook Nim Chimpsky (zijn naam is een pesterijtje naar de taalkundige Noam Chomsky, die taalvermogen als puur aangeboren beschouwt) leerde vanaf zijn geboorte in 1973 ASL van zijn verzorgers. In twee jaar tijd leerde hij zo ruim 125 gebaren. Nim ‘sprak’ echter zelden spontaan: 90 procent van de tijd gebaarde hij in reactie op zijn verzorgers (meestal om eten te vragen) en in vier van de tien gevallen imiteerde hij de gebaren van zijn verzorgers. Toen de onderzoekers Nim wilden verkopen aan een laboratorium, heeft een stichting ervoor gezorgd dat hij met pensioen kon op een mooie ranch.

Gebarentaal gaat de apen dus al een stuk beter af. Maar hebben Washoe en Nim nou echt taal geleerd? De critici zeggen van niet. Hoewel het misschien lijkt alsof de apen een taal ‘spreken’, zij het in een mindere mate dan een mens, zijn er zeker vraagtekens te plaatsen bij zo’n conclusie. Zo interpreteerden Amerikaanse doven (de ware sprekers van ASL) de gebaren vaak heel anders dan de verzorgers. Misschien zagen de verzorgers in de gebaren wel gewoon wat ze wilden zien! Bovendien herhaalden de apen de gebaren vaak eindeloos, terwijl in de verslagen alleen de betekenisvolle zinnen vermeld werden. Misschien waren dit niet meer dan toevalstreffers, waarmee de aap eindelijk die banaan als beloning kreeg waar hij zo’n zin in had.

Sowieso is de taalverwerving van de chimpansees niet te vergelijken met die van een kind. De apen spraken bijvoorbeeld altijd over het hier en nu, terwijl een kind het ook over gisteren of morgen kan hebben. En er waren meer dingen die de apen niet konden, maar die een mensenkind wel kan. Zoals het aanleren van vaste zinstructuren en het herkennen van agrammaticale zinnen. Ook stelden de apen nooit vragen en hadden ze expliciete training nodig om de taal te leren.

Maar de behavioristen legden zich niet neer bij de kritiek dat de chimpansees niets méér deden dan hun verzorgers imiteren om een beloning in de wacht te kunnen slepen.

Kanzi

Bonobo Kanzi

Toen uit onderzoek bleek dat bonobo’s intelligenter zijn dan chimpansees, werden zij in de jaren ‘80 het onderwerp van nieuw onderzoek naar taal bij dieren. Onderzoekers probeerden Kanzi’s moeder Yerkish te leren, een speciale lexigrammentaal met willekeurige symbolen als woorden. Op een computerscherm kon de bonobo een symbool aanwijzen, waarna de computer het uitsprak.

Hoewel de training bij Kanzi’s moeder niet erg opschoot, begon kleine Kanzi, die geen training kreeg, ineens spontaan het systeem te gebruiken. In korte tijd leerde hij ruim 200 symbolen. Zijn Engelse taalbegrip was in sommige opzichten zelfs beter dan dat van een tweejarig kind. Ook begreep hij het verschil tussen “put the hat on your ball” en “put the ball on your hat”.

Hoewel Kanzi al dichter bij het echte taalverwerven komt dan de chimpansees—hij leerde spontaan!—zijn de meeste taalkundigen er nog steeds niet van overtuigd dat apen een echte taal kunnen leren. De apen leren íets, daar is iedereen het wel over eens. Ze zijn in staat om te begrijpen dat willekeurig gekozen woorden verwijzen naar objecten en acties, en om vervolgens veel van zulke verwijzingen te leren.

Maar taal is meer dan dat. Mensenkinderen leren taal spontaan en in een onwaarschijnlijk snel tempo. Met deze taal kunnen we een oneindig aantal zinnen samenstellen, volgens complexe grammaticale regels, waarmee we kunnen verwijzen naar dingen in een andere tijd en plaats. En dát gaat de apen allemaal de pet te boven. Er zijn nog altijd taalkundigen die betere resultaten verwachten bij beter opgezet onderzoek. Maar de meesten zijn het er over eens dat ons taalvermogen aangeboren is, en dat we een stimulerende omgeving nodig hebben om deze tot ontwikkeling te brengen.

Meer pogingen om taal te leren aan apen:

Meer over taal bij dieren: