Het was groot nieuws toen onderzoekers enkele jaren geleden claimden dat een andere diersoort, de spreeuw, net als mensen in staat zijn meer complexe grammaticale taalregels te gebruiken. Het onderzoek van gedragsbiologe Caroline van Heijningen en haar collega’s toont aan dat deze claim voorbarig is. Evenals voorgaande onderzoekers richtte Van Heijningen zich op het vermogen tot herkennen van ‘recursieve’ taalstructuren. In een recursieve structuur is de ene zin ingebed in de andere met een zelfde structuur. Bijvoorbeeld in ‘de zebravinken, die de onderzoeker testte, zongen’, is de zin ‘de onderzoeker testte’ ingebed in de zin ‘de zebravinken zongen’.
Zebravink Herman Berkhoudt
Luistervoorbeelden
Twee ‘zinnen’ volgens patroon AABB
‘Ingebedde zin’ volgens patroon ABAB
Drostestructuur
Deze inbedding – een soort Drostestructuur – zou een uniek menselijke eigenschap van taal zijn volgens een controversiële maar populaire wetenschappelijke opvatting. In de afgelopen jaren zijn een aantal diersoorten onderzocht op het vermogen om de Drostestructuur te herkennen, zoals het penseelaapje en de spreeuw. Spreeuwen leken aanvankelijk in staat tot het onderscheiden van deze structuur met behulp van de recursieregel in omgebouwde spreeuwenzang. Op die manier zou dit verschijnsel niet uniek voor mensen zijn. Maar er ontbrak een cruciale test, namelijk of spreeuwen die structuur herkennen in andere geluiden dan die waarmee ze getraind zijn.
Van Heijningen heeft deze test uitgevoerd bij een andere zangvogelsoort, de zebravink. Net als de spreeuwen leken de zebravinken na een training in staat om onderscheid te maken tussen recursieve en niet-recursieve kunstmatige zang. Maar toen ze vervolgens werden getest met onbekende zanggeluiden met dezelfde structuren bleken zeven van de acht dieren niet meer in staat om het onderscheid te maken. Eén zebravink bleek dit wel te kunnen.
Caroline van Heijningen
Simpelere regels
Nader onderzoek bracht aan het licht dat de zebravinken simpelere regels toepasten om de taak op te lossen dan de recursieregel, ook de vink die in eerste instantie wel de recursieregel geleerd leek te hebben. Op zich heel slim: waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Hoewel zangvogels in staat blijken simpele, maar relatief abstracte regels te gebruiken, is de conclusie vooralsnog dat er geen overtuigend bewijs is dat andere diersoorten dan de mens in staat zijn meer complexe grammaticale regels te herkennen.
Inmiddels is uit onderzoek met mensen gebleken dat de Drostestructuur in taal als uniek menselijke eigenschap waarschijnlijk minder belangrijk is dan aanvankelijk gedacht: mensen zijn zelf ook geneigd om simpelere regels in dit soort taken te gebruiken. Er zijn bovendien twijfels over hoe en in welke vorm de Drostestructuur in natuurlijke, menselijke talen voorkomt. Samengevat is de claim dat andere diersoorten ook deze complexe grammaticale regels zouden kunnen herkennen voorbarig.
Lees meer over vogeltaal op Kennislink:
- Geïsoleerde zebravink zingt toch het goede liedje
- Zingende vogels houden zich aan grammatica
- De taal van de vogels
- Jonge vogels leren brabbelend hun deuntjes
- Vogelzang en menselijke spraak
- ‘Het menselijk taalvermogen is uniek’
- De taal van dieren: vogelzang en bijendans
- Koolmees stemt zang af op stadslawaai
- Verschil tussen mens en dier is relatief
- Haan kraait alle talen
- Waarin een koerende duif Pavarotti aftroeft
- Vogels houden zangwedstrijden