Ziek van de stress

Stress: waarom wordt de een er ziek van en de ander niet? Genetische verschillen in de werking van stresshormonen bieden mogelijk een verklaring, blijkt uit onderzoek van Vera Brinks.

door

‘Stress is niet per se slecht voor de mens,’ zegt Brinks. Sterker nog: stress komt soms goed van pas. De hormonen die vrijkomen bij stress bevorderen emotionele en cognitieve processen in de hersenen. ‘Stress helpt de mens om belangrijke gebeurtenissen te onthouden,’ legt Brinks uit. Vanuit de evolutietheorie is dat niet moeilijk te verklaren: ‘Als je eten aan het zoeken bent en een leeuw je pad kruist, dan heb je in het vervolg een grotere overlevingskans wanneer je onthoudt waar je de leeuw tegenkwam.’

Stresshormonen in het brein

Ziek_van_de_stress_brinks

Vera Brinks onderzocht stressreacties en genen bij muizen. Universiteit Leiden

Stress kan dus functioneel zijn. Maar stress kan emotionele en cognitieve processen ook verstoren. Dat is bijvoorbeeld het geval bij mensen die lijden aan een post-traumatische stress-stoornis: zij kunnen de herinnering aan een traumatische gebeurtenis niet meer loslaten, zijn voortdurend prikkelbaar en kampen met concentratieproblemen. Wat gaat er mis bij deze mensen? Brinks zocht het antwoord in de werking van corticosteroïden, hormonen die bij stress worden afgegeven door de bijnierschors.

Brinks onderzocht welke effecten corticosteroïden hebben op de hersenen. ‘Corticosteroïden hechten zich in de hersenen aan twee verschillende soorten receptoren: MR en GR,’ vertelt Brinks. ‘Via deze receptoren beïnvloeden corticosteroïden onze emoties en leer- en geheugenprocessen.’ Om zicht te krijgen op de afzonderlijke rol van MR en GR nam Brinks muizen als onderzoeksobject. Activitatie van MR en GR is bij muizen eenvoudig te manipuleren. Bijkomend voordeel van muizen is dat zij gemakkelijk genetisch te modificeren zijn. Dat stelde Brinks in staat om de invloed van genetische verschillen op het effect van stress te onderzoeken.

Zoeken naar een lekkernij

Brinks verrichtte haar onderzoek in een laboratorium van het Leiden/Amsterdam Center for Drug Research. De promovenda liet bijnierloze muizen herhaaldelijk naar een lekkernij zoeken op verschillende plaatsen. Door in verschillende doses een stresshormoon toe te dienen, manipuleerde Brinks de activatie van MR en GR. Haar belangrijkste observatie: muizen met zowel GR- als MR-activatie waren gemotiveerder, waren minder angstig en onthielden beter waar de lekkernij te vinden was. ‘Emotie verbetert de cognitieve prestatie,’ concludeert Brinks. Voorbij een optimum leidde nog sterkere GR-activatie echter tot een dermate hoge emotionele reactiviteit dat het leren achteruit ging.

Stress_muizen

Muizen vinden voedsel dankzij stress. Universiteit Leiden

De conclusie lijkt eenvoudig: te veel stresshormoon schaadt het geheugen. Maar zo simpel is het niet, ontdekte Brinks. Het effect van stresshormonen blijkt niet alleen afhankelijk van de dosis, maar ook van de genetische opmaak van de muis. Brinks kwam hier achter door twee genetisch verschillende muizenstammen met elkaar te vergelijken. Toediening van een stresshormoon bleek de herinnering aan een traumatische gebeurtenis te verminderen óf te versterken, afhankelijk van de genetische achtergrond van de muizen. Bovendien was het tijdstip van toediening van het hormoon van groot belang.

Traumatische herinneringen

De promovenda bootste een traumatische gebeurtenis na door de muizen herhaaldelijk een geluid te laten horen en vervolgens een milde electronische schok toe te dienen. Na enige tijd raakten de muizen al verstijfd van angst bij het horen van het geluid. ‘Dit is vergelijkbaar met wat er gebeurt bij mensen die een post-traumatische stress-stoornis ontwikkelen,’ legt Brinks uit. ‘Bij soldaten die terugkeren uit de oorlog kunnen harde geluiden traumatische herinneringen van oorlogsbeelden oproepen’.

Youth2

Trauma’s hoeven niet te worden gewist; maar de angst achteraf kan worden gedempt. U.S. Army

Verontrustend detail: muizen raakten hun traumatische herinneringen niet meer kwijt wanneer Brinks een van de receptoren, de MR, genetisch uitschakelde. Het verband met PTSS is ook hier gemakkelijk gelegd. ‘Muizenstammen vormen een goed model om de ontwikkeling en uitdoving van het angstgeheugen in PTSS-patiënten te bestuderen,’ zegt Brinks. Haar onderzoek biedt bovendien aanknopingspunten voor de behandeling van de aandoening. ‘Misschien zijn soldaten met een bepaalde genetische opmaak er wel bij gebaat als zij preventief stresshormonen toegediend krijgen na een traumatische gebeurtenis, om hen zo te beschermen tegen traumatische herinneringen. Bij andere soldaten zouden de herinneringen daardoor mogelijk juist versterkt worden.’

Voorlopig is zo’n scenario nog toekomstmuziek, realiseert Brinks zich. De stap van muis naar mens is een grote, dus vervolgonderzoek is noodzakelijk. Brinks is blij dat ze daar een startpunt voor heeft kunnen bieden. ‘Ik vind het belangrijk dat anderen iets hebben aan de uitkomsten van mijn onderzoek.’

Zie ook: