Waarom praten apen niet net als mensen?

Dieren kunnen dan misschien communiceren, maar hebben geen taal. De klanken van apen lijken wel wat op die van mensen. Dat zij toch niet zo’n uitgebreid klankenrepertoire hebben komt door de bouw van hun spraakkanaal, maar vooral ook doordat hun cognitieve vermogens niet toereikend zijn. Taalwetenschapper Bart de Boer doet onderzoek naar deze verschillen tussen mens en aap.

door

Aap

Door hun platte tong kunnen apen minder klanken maken dan mensen. patries71 (flickr)

Als het gaat om taal, is de mens uniek. Dieren kunnen lang niet zo geavanceerd communiceren als wij. Apen komen een heel eind in de buurt. Ze kunnen enkele geluiden maken die wel wat lijken op mensentaal, en er zijn in het verleden apen geweest die een vorm van gebarentaal hebben aangeleerd. Maar niet vergelijkbaar met hoe mensen dat doen.

Tongbrekers

Hoe komt het eigenlijk dat apen geen taal hebben zoals wij? Die vraag probeert Bart de Boer te beantwoorden in zijn lab aan de Vrije Universiteit Brussel, waar hij sinds het begin van dit jaar werkt. Voor een deel wordt de vraag beantwoord vanuit de anatomie, legt hij uit: “Als je je mond opendoet, dus gewoon je kaak laat vallen, dan komt er een aa uit. Dat is de meest voor de hand liggende manier om een hoop herrie te maken. Vandaar dat het gehuil van kinderen vaak met die klank begint. Als je een andere klank wilt maken, moet je meer moeite doen: je moet je tong anders zetten of je lippen tuiten. Dat laatste kunnen apen nog wel, maar bewegen met de tong zoals wij dat kunnen, dat wordt moeilijk.”

Klinkerdriehoekdbnl

De klinkerdriehoek geeft de stand van de tong aan. Voor is voor in de mond, hoog is hoog in de mond. Bij de lage klinkers is ook de kaak naar beneden. Anneke Neijt

Misschien heb je er nooit zo bij nagedacht, maar eigenlijk is het brede repertoire aan klanken dat wij als mens kunnen maken best bijzonder. De Boer legt uit hoe het komt dat wij zoveel verschillende klanken kunnen maken. Hij illustreert dat aan de klinkerdriehoek, waarin de meest extreme Nederlandse klinkers weergegeven worden naar hun positie in de mond: de aa, de ie en de oe (fonetisch weergegeven als u). Bij de aa is de mond wagenwijd open, bij de ie moet de tong een stuk omhoog. De oe tenslotte vereist geronde lippen en een hoog opgeduwde tong. Om die verschillende klanken te maken moet je dus je tong voor en achter in je mond min of meer onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. De Boer: “Als je een apentong bekijkt, zie je dat die veel platter is. Hij kan wel omhoog en omlaag, maar naar voor en achter lukt niet goed. Daardoor kunnen apen veel minder klanken maken.”

Keelzakken

Maar er is nog een ander belangrijk verschil tussen het spraakkanaal van mensen en apen. Apen hebben namelijk keelzakken, waardoor ze een veel lager geluid produceren dan mensen. En ook dat maakt klanken van apen minder goed verstaanbaar zijn. Om het verschil aan te tonen maakte de Boer het spraakkanaal van de mens en dat van de aap na in simpele modellen van plexieglazen buizen. Om te beginnen laat hij een rechte buis zien, die het spraakkanaal in ruststand nabootst. “Als je daar aan de ene kant op slaat, komt er aan de andere kant een geluid uit dat klinkt als uh – hetzelfde geluid dat je produceert als je even niet weet wat je moet zeggen.”

Keelzakmodellen

Pledieglazen modellen van het spraakkanaal. Helemaal rechts op de foto de buis met een zijbuis die een spraakkanaal met keelzak voorstelt. Bart de Boer

Vervolgens laat de onderzoeker een buis zien waarvan het begin dun is en het eind breed. Wanneer hij erop slaat, klinkt een a-achtig geluid. Uit een buis die begint met een breed stuk en eindigt met een dun stuk, klinkt de uu. Wanneer die buis verschillende vormen aanneemt, komen er dus verschillende klanken uit. En dan is er tenslotte de buis waar een zijbuis aanhangt. Deze moet een spraakkanaal met keelzak voorstellen, zoals apen hebben. Het geluid dat hieruit klinkt is inderdaad heel laag.

Oermensen

Uit fossielenonderzoek blijkt dat ook de oermens – de eerste rechtop lopende mensachtige – zulke keelzakken had, en dus heel andere geluiden uitstootte dan de moderne mens. Die oermens wordt door wetenschappers Australopithecus genoemd. Hij leefde tussen 4,3 en 2 miljoen jaar geleden, dus eerder dan de Homo erectus die van 1,9 miljoen tot 400.000 jaar geleden leefde. Homo erectus is Latijn voor ‘rechtop lopende mens’.

Toch was de Homo erectus niet de eerste mens die rechtop liep. Dat was dus de Australopithecus, maar zijn fossiele resten zijn pas later teruggevonden dan die van de Homo erectus, legt de Boer uit. “Door fossiel bewaarde voetafdrukken weten we dat deze oermens rechtop liep. Maar ook is er van deze oermens een tongbotje gevonden, waaruit blijkt dat hij een keelzak had net als de aap. Van de Homo erectus zijn geen tongbotjes gevonden, van de Neanderthaler wel: en die had geen keelzak meer. Maar wanneer die keelzak precies is verdwenen weten we dus niet.”

Evolutie

Cognitie

Maar verklaart anatomie alleen het verschil tussen de communicatiemogelijkheden van apen en mensen? Zou een aap wel kunnen praten als hij ons menselijk spraakkanaal had? Nee, zegt de Boer: “Mensen kunnen onder allerlei omstandigheden taal leren: ook als ze doof zijn, als ze een hazenlip hebben of een andere beperking. Dat uitgebreide klankenrepertoire van de mens is wel handig, en je kunt aannemelijk maken dat het door evolutie komt, maar het is niet noodzakelijk. Als je omgekeerd geen cognitieve vermogens hebt om taal te leren, dan ontstaat er ook geen evolutionaire druk op het spraakkanaal. Dat zien we bij apen. Want het is nog nooit gelukt om een aap echt taal aan te leren. Ook de gebaren die sommige apen hebben geleerd, zijn niet vergelijkbaar met (gebaren)taalsystemen van de mens.”

Taal vergt dus bepaalde cognitieve vermogens. “Alle mensen hebben het vermogen om klanken met elkaar te combineren, maar tegelijkertijd ook het vermogen om te leren wat de regels zijn om die klanken te combineren. Of dat ook een aangeboren taalspecifieke eigenschap is, is iets wat we nog moeten onderzoeken.”

Lees meer op Kennislink:

Zie ook: